Het multimediale talencentrum: sleutel voor innovatief en zelfsturend taal-leren

Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove  ·  15de Conferentie Het Schoolvak Nederlands  ·  2001  ·  pagina 19 - 31

HET MULTIMEDIALE TALENCENTRUM: SLEUTEL VOOR INNOVATIEF EN ZELFSTUREND TAAL-LEREN'

Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove²

1 Inleiding

ICT-toepassingen vinden steeds meer hun weg in het taalbeheersingsonderwijs. Aan de K.U.Leuven Campus Kortrijk (KULAK) zijn de afgelopen jongste jaren op dat vlak heel wat initiatieven genomen. Ons verhaal begint met de installatie van een nieuw, volledig gedigitaliseerd en multimediaal talencentrum in de zomer van 2000. Tot dan beschikten we op de Kortrijkse campus over een klassiek talenpracticum. De aanleiding om een nieuw talencentrum te installeren was dubbel: het oude talenpracticum was aan ernstige slijtage onderhevig en, belangrijker, door de oude infrastructuur konden we nieuwe en recent ontwikkelde instrumenten die het taalonderwijs een meerwaarde bieden niet gebruiken. We dachten daarbij in de eerste plaats aan allerlei software.

De totstandkoming van het talencentrum was het resultaat van een samenwerkingsverband tussen een aantal taaldocenten Romaanse en Germaanse talen -want de studenten uit die richtingen vormen onze primaire doelgroep-, een informaticus en een pedagoog. Samen vormen ze de Werkgroep Talencentrum, die vooraf een grondige inventaris maakte van de taaldidactische en technische vereisten waaraan het talencentrum zou moeten voldoen, die vanuit dat perspectief een aantal leveranciers doorlichtte en die nu blijft functioneren als begeleidingsgroep voor de implementatie van een rijk en gevarieerd aanbod van software binnen het talencentrum. Voor meer informatie over de genese en de implementatie van het Talencentrum KULAK en over de Werkgroep Talencentrum verwijzen we naar de cd-rom die naar aanleiding van de officiële opening van het Talencentrum gemaakt is (cf. bibliografie: Werkgroep Talencentrum KULAK '01).

Het multimediale talencentrum - Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove 119

In deze bijdrage bieden we vooreerst een beknopte beschrijving van de mogelijkheden en functies van een multimediaal en digitaal talencentrum om vervolgens wat toelichting te bieden bij een aantal concrete toepassingen, die de geïnteresseerde taaldocent/taalleerkracht ongetwijfeld aanknopingspunten bieden.

2 De functies van het nieuwe talencentrum

Diversiteit aan bronnen en oefeningtypes

Het klassieke talenpracticum was in de eerste plaats bestemd voor uitspraakoefeningen. Die functionaliteit blijft in het nieuwe talencentrum uiteraard behouden. Maar het moderne, gedigitaliseerde talencentrum is niet langer uitsluitend bestemd voor de training van uitspraak en spreekvaardigheid. Alle domeinen van het taalvaardigheidsonderwijs komen er nu aan bod (voor ICT bij vaardigheidstraining: Desmet & Beheydt '01: 47-49). Het talencentrum is een geïntegreerde leer- en werkomgeving geworden waar taalstudenten spreek- en schrijfvaardigheidsoefeningen aangeboden krijgen, evenals vertaaloefeningen, woordenschattesten en grammaticaoefeningen. Het talencentrum biedt ook vele mogelijkheden om aan het taalbeheersingsonderwijs een portie cultuur(geschiedenis) te koppelen. Via meerdere communicatietoepassingen, waaronder discussiefora (zie verderop) ten slotte brengen de studenten alle aspecten van hun taalbeheersing in de praktijk.

Bij dat alles wordt een grote diversiteit aan bronnen gebruikt. Er wordt zowel met klank- als met beeldmateriaal gewerkt. De klassieke analoge cassette heeft naast cd-rom en dvd-rom nog vele concurrenten gekregen. Voor de uitspraak- en spreekoefeningen voor Nederlands of een van de vreemde talen krijgen de studenten bijvoorbeeld via het elektronische leerplatform Blackboard gedigitaliseerde klankbestanden met oefeningen aangeboden. Die oefeningen zijn doorgaans vrij technisch van opzet. Vaak gaat het om leesoefeningen waarbij de studenten klanken, woorden of zinnen moeten nazeggen. De technische oefeningen worden gevolgd door vrijere toepassingen. De studenten houden bijvoorbeeld een debat dat de docent met de in het talencentrum aanwezige camera filmt. De registratie van spreekoefeningen met de camera biedt het spreekvaardigheidsonderwijs ontegensprekelijk een extra dimensie, al was het maar omdat de studenten wat 'cameravrees' moeten overwinnen. De opname wordt op video vastgelegd en eventueel als digitaal videobestand opgeslagen, zodat vervolgens de video als bron kan fungeren: de video-opname wordt doorgestuurd naar de studentenpc's. Op hun schermen zien de studenten zichzelf in actie: het debat wordt nauwgezet geanalyseerd, plus- en minpunten worden besproken.

Zowel bij mondelinge als bij schriftelijke oefeningen kan de docent een intensieve individuele begeleiding bieden. Hij kan elke student individueel beluisteren, de schermen van de studenten vanaf zijn docententafel bekijken en hij kan uiteraard bij elke student tussenkomen door hem via de koptelefoon toe te spreken. Bovendien kan de docent het toetsenbord van elke student overnemen, wat vaak handig is bij het aanwijzen en remediëren van fouten.

De docent kan overigens zowel zijn eigen pc als die van om het even welke student als bron laten fungeren: hij kan wat op zijn eigen scherm staat, doorsturen naar alle stu-

20 I Het multimediale talencentrum - Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove

denten, maar hij kan ook het scherm van een student, die het er bijvoorbeeld bij een bepaalde oefening goed vanaf brengt, doorsturen naar de andere studenten. Het is overigens niet alleen mogelijk om de prestaties van een bepaalde student aan de anderen te laten zien, je kan ze ook aan de hele groep laten hóren.

Een andere bron die interessante mogelijkheden biedt, is de documentenlezer. Van af de documentenlezer kan om het even welk tekst- of beelddocument op een groot scherm geprojecteerd of naar de schermen van de studenten doorgestuurd worden. Dat heeft als voordeel dat je authentiek materiaal kunt presenteren: een tijdschriftartikel met opvallende taalfouten, ondersteunend visueel materiaal als foto's en dergelijke.

Al die bronnen zorgen voor een grote diversiteit aan klank- en beeldmateriaal. Ze bieden extra stimuli die het taalbeheersingsonderwijs levendiger en gevarieerder maken. Een aantal bijkomende hulpmiddelen vergroten het comfort van de student. Het gaat hier in de eerste plaats om verklarende en vertalende woordenboeken, die op elke studentenpc geïnstalleerd zijn en voor de student dus permanent beschikbaar zijn bij het maken van oefeningen en taken. Dat vergroot de doeltreffendheid van het talencentrum. Verder zijn er binnen de leeromgeving van waaruit gewerkt wordt ook een aantal links geïntegreerd naar nuttige sites. Over het belang van die links verder meer. Het spreekt voor zich dat de studenten ook steeds op het internet terechtkunnen.

Zelfstandig en begeleid leren

De nieuwe mogelijkheden van het gedigitaliseerde talencentrum hebben ook de visie veranderd op de wijze waarop het in het leerproces wordt ingezet (cf. WYLIN '00): het talencentrum is niet langer alleen bestemd voor begeleide sessies. Het is ook een open leercentrum geworden, waar de student zelfstandig terechtkan voor oefeningen en taken, op momenten die hem goed schikken. Op die manier biedt het talencentrum de student een eigen werkplek. De grenzen tussen begeleid en zelfstandig werken vervagen overigens steeds meer. Een student kan bijvoorbeeld zelfstandig een taak afwerken, maar via e-mail de docent raadplegen als hij op problemen stoot. Tijdens begeleide sessies kan de docent dan weer gevorderde studenten een grotere mate van zelfstandigheid toekennen en andere in sterke mate begeleiden. Doordat het leermateriaal in een elektronische leeromgeving geïntegreerd is, is er namelijk doorgaans geen centrale sturing meer nodig.

3 De elektronische leeromgeving

Voor de hierboven geschetste dubbele functionaliteit van begeleid en zelfstandig leren werken de taaldocenten en studenten aan de KULAK met de leeromgeving Blackboard. Dat is een elektronisch leerplatform dat vanaf elke pc met internetaansluiting binnen of buiten de KULAK consulteerbaar is. Het voordeel van een dergelijk leerplatform is dat alle informatie geïntegreerd aan de studenten kan worden aangeboden: oefeningen, theorie, toetsen, documenten, links, woordenboeken etc. Eerst geven we toelichting over de functies en voordelen van een dergelijk leerplatform en over de wijze waarop we het in ons taalonderwijs geïmplementeerd hebben. Dat bete-

Het multimediale talencentrum - Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove 1 21

kent niet dat er geen alternatieven bestaan voor Blackboard. Over enige tijd komt bijvoorbeeld het zogenaamde teleleerplatform Smartschool op de markt. Vandaar dat we er in tweede instantie graag wat informatie over aanbieden. Voor wie in de toekomst met Smartschool aan de slag zou willen gaan, is de uiteenzetting over Blackboard overigens zeker relevant: Blackboard is zowat het prototype van een elektronische leeromgeving. De opzet en functie van Blackboard en Smartschool zijn perfect vergelijkbaar.

Blackboard

Wat kan Blackboard? Wat zijn de mogelijkheden en troeven? Eerst komen niet-cursusgebonden algemeenheden aan bod. In paragraaf 4 werken we een aantal toepassingen uit, die inspirerend kunnen zijn voor concrete taallessen.

Virtuele leeromgevingen zoals Blackboard hebben in hoofdzaak een dubbele functionaliteit. Ze bieden, ten eerste, een soort virtuele klas aan, waarin docenten op een georganiseerde en overzichtelijke manier cursussen en (audiovisuele) documenten aan de studenten kunnen presenteren. Ten tweede biedt Blackboard docenten en studenten de mogelijkheid om op een gemakkelijke manier met elkaar in communicatie treden. Op beide functionaliteiten gaan we dieper in. Maar eerst hebben we het over de toegankelijkheid van het medium Blackboard.

In principe is voor Blackboard een licentie nodig. Na het verwerven van een licentie hebben alle docenten en studenten een eigen gebruikersnaam en wachtwoord om in te loggen. Maar die licentie is behoorlijk duur en voor individuele scholen van het secundair onderwijs in de meeste gevallen onbetaalbaar. De aankoop van een licentie op het niveau van de scholengemeenschap lijkt ons wel een haalbare kaart. Voor meer concrete gegevens verwijzen we naar de website: www.blackboard.com. In elk geval is het gratis alternatief interessant. Om het even wie kan rechtstreeks op de server van Blackboard zelf proefcursussen aanmaken en publiceren. Alle belangrijke functionaliteiten blijven beschikbaar, maar er zijn een aantal belangrijke beperkingen. Sinds kort voert Blackboard een nieuwe (commerciëlere) politiek en kunnen cursussen niet meer onbeperkt blijven staan. Proefcursussen blijven maar gedurende 60 dagen beschikbaar voor de studenten. De beschikbare ruimte is beperkt tot 5 MB, wat voor een gewone cursus wel volstaat. Wie echter met grote klank- of videobestanden werkt, zal snel die limiet overschrijden. De concrete toepassingen die verder zijn uitgewerkt, kunnen echter zeker gerealiseerd worden in twee maanden tijd en binnen een bestek van 5 MB. De tijdsinvestering om een hele cursus uit te bouwen loont voor die korte tijd echter zeker niet de moeite. Een ander nadeel is dat de gratis site soms ongelooflijk traag werkt. Een tweede alternatief voor scholen die een licentie voor ongelimiteerd gebruik via een eigen server niet kunnen betalen, is de mogelijkheid een cursus te creëren voor de betaalbare prijs per cursus. Dan mag je 25 MB innemen en kun je op wat technische ondersteuning rekenen.

22 1 Het multimediale talencentrum - Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove

Aanbieden van informatie

Vanaf de Blackboard-welkomstpagina, die o.a. een overzicht biedt van alle cursussen, kan de gebruiker doorklikken naar de cursus waarin hij wil werken. Binnen elke cursus wordt de informatie geordend aangeboden via rubriekjes (knoppen links op de schermafdruk 1).

Schermafdruk 1: rubriekjes binnen een cursus

De informatie kan in de leeromgeving zelf worden aangeboden of ze kan vervat zitten in aangehechte tekst-, audio- of videobestanden of op internetsites waarnaar een link is gelegd. (Op die laatste functie komen we bij de concrete toepassingen nog uitgebreid terug.) Sommige docenten bieden in Blackboard een volledige syllabus aan, anderen alleen achtergrondinformatie als aanvulling bij de syllabus. Vele taaldocenten zetten hun studenten via Blackboard aan het werk met oefeningen, taken en testen.

Communicatie

Met de computer beschikken de studenten over een instrument waarmee ze rechtstreeks (synchroon of asynchroon) in contact kunnen treden met anderen. De tweede grote functionaliteit binnen Blackboard, naast het aanbieden van informatie, is dus communicatie.

Het communicatieluik laat verschillende vormen van interactie en informatieoverdracht toe. De docent gebruikt het vooreerst als 'elektronische valven', door via Blackboard informatie mee te delen aan de studenten en afspraken te maken. De communicatie verloopt ook in de andere richting: het biedt ook aan de studenten een kanaal om vragen en problemen voor te leggen aan docenten en medestudenten, onder meer via e-mail. En ten slotte kunnen zowel mondelinge als schriftelijke discussiefora opgezet worden, wat bijzonder interessant en ook prettig is bij het oefenen van communicatievaardigheden. Over deze laatste toepassingen volgt verder overigens meer.

Het multimediale talencentrum - Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove 123

Discussieforum

Net zoals bij e-mail verloopt de communicatie bij een discussieforum asynchroon. Een discussieforum is een middel tot het voeren van interactieve schriftelijke discussies of gesprekken, waarbij in tegenstelling tot wat bij e-mail het geval is, ieders bijdragen voor iedereen op één plaats georganiseerd bewaard blijven. Een deelnemer aan de discussie hoeft niet noodzakelijk te reageren op de onmiddellijk voorafgaande bijdrage, maar kan ook ingaan op een vroeger neergeschreven tekst.

Schermafdruk een discussieforum in Blackboard

Wij zien het gebruik van discussiefora vooral als een oefening in schrijfvaardigheid. (Voor andere ICT-ondersteunde schrijfvaardigheidsprojecten: Desmet & Beheydt '00: 10-12). Maar vaak omvat de opdracht heel wat meer dan alleen een schrijfoefening. We nemen even een aantal kenmerken van dat soort schrijfoefeningen door aan de hand van praktijkvoorbeelden.

1. Het onderwerp van de discussie kan betrekking hebben op de lesinhoud. Het discussieforum maakt ook creatief schrijven mogelijk.

Lesinhoudelijk

De studenten bestuderen tijdens de les bijvoorbeeld de beschikbare woordenboeken voor het Nederlandse taalgebied: inhoud, vorm, soorten, hoe ermee werken enz. Als inleiding of als oefening achteraf kun je een elektronisch 'gesprek' opzetten over de kenmerken van een woordenboek. Leren definiëren is een vaardigheid die aangeleerd en getraind moet worden. Het voordeel van die werkwijze is dat iedereen een weloverwogen bijdrage kan leveren. De studenten kunnen overigens zowel reageren op een reeds geleverde bijdrage als een nieuw element aanreiken. Vaak is het interessant om meerdere groepen onafhankelijk van elkaar aan de definitie te laten werken, om dan achteraf klassikaal de eindresultaten te bekijken. De studenten moeten aangemaand worden om af en toe de losse bijdragen samen te vatten, omdat anders de kans bestaat dat het resultaat een reeks losse elementen is en niet een volledige definitie. Op

Het multimediale talencentrum - Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove 125

die manier komen ze samen beslist tot een goed eindresultaat.

Creatief schrijven

Een andere interessante oefening is het collectieve schrijven. De docent (of een student) biedt bijvoorbeeld het begin van een verhaal aan dat de anderen creatief moeten aanvullen. Het schrijven hoeft niet lineair te gebeuren. Zoals bij individueel schrijven komt ook hier het verhaal tot stand door herlezen, schrappen en aanvullen. Het verhaal kan dan – eventueel in licht gewijzigde vorm – als geheel in het schoolkrantje verschijnen.

  1. Een tweede kenmerk van de communicatie bij discussiefora is dat de leerlingen het schrijven als nuttiger en echter ervaren, omdat er een information gap is. Het is in ieder geval motiverender iets te schrijven waarvan je weet dat het gelezen wordt, dan een opstel dat de medeleerlingen meestal nooit te lezen of te horen krijgen en de leerkracht alleen met een rode pen onder handen neemt. Ze leren iets, ze leren ook van elkaar. Ze reageren op 'echte' bijdragen van anderen. Ze werken naar een eindresultaat toe (een goede volledige definitie, een verhaal dat af is, een antwoord op hun vraag of probleem etc.).

  2. Een derde troef van dat soort schrijfoefeningen is dat leerlingen ook leren argumenteren en discussiëren. Dat is een vaardigheid op zich. Ze leren pertinent in te gaan op een eerder geleverde bijdrage door die te verbeteren, aan te vullen, tegen te spreken. Ze moeten een standpunt innemen en zich daarvoor verantwoorden door gefundeerde argumenten op een rijtje te zetten. Ze ondervinden daarbij ook tegenkanting in de vorm van reacties van hun medestudenten, waardoor ze beter over hun eigen standpunt moeten nadenken en hun argumentatie moeten bijsturen. Loze argumenten worden al vlug ontmaskerd.

Aan de KULAK werd bijvoorbeeld een discussie opgezet rond standaardtaal versus dialect. De studenten konden hun mening geven over de omstandigheden en domeinen waarin het gebruik van beide taalvariëteiten gepast is. Uiteraard moesten ze hun visie onderbouwen. Er werd een aantal regels ingebouwd over het minimum aantal reacties per student. Bovendien werd er wekelijks een verantwoordelijke aangesteld om de reacties samen te vatten.

Blackboard biedt de mogelijkheid vanuit het discussieforum een link te integreren naar een website die informatie biedt over het onderwerp in kwestie. Het vertrekpunt kan uiteraard ook een papieren tekst zijn over een controversieel onderwerp. Wat extra achtergrondinformatie kan inspirerend werken.

  1. Zo komen we automatisch bij de vierde troef: schrijf- en leesvaardigheid vullen elkaar aan. Studenten moeten de aangehechte website grondig doorlezen op zoek naar feiten die hun argumenten ondersteunen. Bovendien vraagt een relevante reactie een grondige analyse (en dus lectuur) van de antwoorden van de anderen. Anders is het gevaar groot dat studenten naast de kwestie reageren.

26 I Het multimediale talencentrum - Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove

5. Daarnaast kan de schrijfvaardigheidsoefening in de vorm van een discussieforum een opstap, een voorbereiding zijn naar spreekvaardigheid. De docent kan het forum bijvoorbeeld polsen naar een interessant discussieonderwerp. Hij kan daarbij zelf een lijst met onderwerpen voorstellen of de leerlingen volledig vrijlaten. De leerlingen argumenteren welk onderwerp ze verkiezen en moeten vervolgens tot een consensus komen. Nadien kan een mondeling debat gehouden worden in de klas over het verkozen onderwerp.

We weiden hier even uit over een nieuwere vorm van discussiefora, waar de bijdragen gesproken boodschappen zijn, onder de vorm van klankfragmentjes die dan bij het forum 'gepost' worden. De werkwijze en het kader van waaruit gewerkt wordt, zijn heel goed te vergelijken met het schriftelijke discussieforum. Alleen laten de studenten nu een mondelinge boodschap achter die hun medestudenten kunnen beluisteren. De conversatie wordt daardoor vaak een stuk levendiger. Niettemin kan dat slechts een opstap zijn naar echte groepsgesprekken en debatten. Toch heeft deze werkvorm zeker voordelen. Studenten kunnen even over hun boodschap nadenken voor ze die lanceren. De bijdragen zijn bovendien blijvender, wat voor een evaluatie achteraf interessant kan zijn. Ook wanneer de klemtoon op uitspraaktraining ligt, biedt deze vorm van mondelinge, asynchrone communicatie meer perspectieven dan vluchtige gesprekken. Een voorbeeld van software die dit soort mondelinge informatie-uitwisseling mogelijk maakt, is het programma Wimba, dat daarnaast nog een aantal andere toepassingen heeft die met spraak te maken hebben (www.wimba.com).

6.Taalfouten worden (bij ons) in principe niet (binnen het discussieforum) gecorrigeerd door de docent, zodat studenten zich niet geremd voelen in de vlotte conversatie die een discussieforum beoogt. Anders verdwijnt de spontaneïteit van de studenten en de oorspronkelijke bedoeling, nl. converseren en discussiëren met information gap. Studenten besteden overigens sowieso aandacht aan hun taalgebruik, omdat ze weten dat de hele klas én de docent hun tekst lezen en op basis daarvan de discussie voortzetten. Eventueel kunnen veel voorkomende fouten wel achteraf klassikaal geremedieerd worden.

7. Voor de docent is binnen deze werkvorm een dubbele rol weggelegd: hij kan het verloop van de discussie op de voet volgen en actief participeren of tussenkomen waar hij dat nodig acht. Als de discussie wat vastslibt door herhalingen, kan de docent een nieuw elan geven door bijvoorbeeld te wijzen op punten die nog toegelicht moeten worden.

De docent kan ook aanduiden wie wel en wie niet (meer) mag meedoen. Dat maakt het ook mogelijk om in twee groepen te werken. De docent kan ook instellen of gebruikers anoniem mogen reageren. Voor enquêtes en feedback over de eigen lessen kan dat interessant zijn.

Mag de student zijn eigen bijdrage achteraf – nadat hij ze heeft ingestuurd – nog wijzigen? Mag hij zijn bijdrage achteraf verwijderen? Het is opnieuw aan de docent om dat vooraf te bepalen.

Het multimediale talencentrum - Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove 127

8. Ten slotte, het initiatief voor het voeren van een discussie kan van de docent zelf komen, maar het kan net zo goed in de handen van de leerlingen gelegd worden. Studenten kunnen bijvoorbeeld van het medium gebruik maken bij het organiseren van een klasactiviteit zoals een uitstap of een fuif: concrete afspraken maken, ideeën lanceren, vragen of problemen aan de groep voorleggen. Dat zijn allemaal zaken waarvoor het discussieforum zich goed leent. Uiteraard moet een en ander dan buiten de lesuren kunnen plaatsvinden en dat veronderstelt dan weer dat de studenten ook buiten de lessen toegang hebben tot een pc met internetaansluiting. Maar het hoeft wellicht geen betoog meer dat het discussieforum tal van mogelijkheden biedt voor interessante activiteiten in de klas.

Hieronder nog een aantal ideetjes:

Het discussieforum kan dienen als ijsbreker bij het begin van het jaar.

De studenten stellen zichzelf schriftelijk voor aan de hand van een achttal begrippen. Ze motiveren ook hun keuze. Eén of meerdere medestudenten reageren. Eventueel kunnen studenten zich anoniem voorstellen. De anderen moeten dan overleggen bij welke naam de acht begrippen het best passen.

Een soortgelijke oefening bestaat erin dat studenten zichzelf voorstellen aan de hand van een aantal internetlinks. Ze geven commentaar bij hun sites of bij die van de medestudenten. Daarvoor moeten ze de sites ook lezen of minstens scannen (leesvaardigheid). Als alternatief kunnen de studenten opnieuw anoniem werken en de juiste set van links met de juiste naam verbinden.

Elke student vertelt twee waarheden en één leugen over zichzelf. De medestudenten proberen de leugen eruit te halen en verantwoorden hun keuze.

  •  De studenten schrijven bij het begin van een cursus hun verwachtingen neer bij een cursus of een vak. Dat is heel leerrijk voor de docent, die daarop kan inspelen.

Er kan een forum opgezet worden waarop studenten vragen rond een bepaalde cursus kunnen lanceren. Om beurt moeten de studenten gedurende een week alle vragen van de medestudenten beantwoorden. Ze kunnen daarbij uiteraard bij anderen en eventueel bij de docent te rade gaan.

  • Een speelse variant van informatie-uitwisseling via het discussieforum is bijvoorbeeld het raadsel: in maximaal 20 ja-neen-vragen moeten de studenten een raadsel oplossen, waarop slecht één persoon (student of docent) of een klein groepje het antwoord kent. Een variant, die meer op de inhoud van de lessen betrokken is, bestaat erin dat de studenten door het stellen van vragen te weten moeten komen welke naam de docent in zijn hoofd heeft. De studenten weten op voorhand dat het bijvoorbeeld om een van de auteurs gaat die in de loop van het schooljaar tijdens de lessen aan bod gekomen zijn.

  • Het kan ook interessant zijn 'veldwerkers', 'autoriteiten' aan de webdiscussies te laten deelnemen, bijvoorbeeld plaatselijke politici, schrijvers, professoren. De baten zijn groot: het verhoogt de echtheid van de discussie en de motivatie; de kosten zijn beperkt: die persoon hoeft zich niet te verplaatsen, maar hij kan

28 I Het multimediale talencentrum - Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove

deelnemen aan de discussie via zijn eigen pc.

Een leuke schrijf- en argumentatieoefening is ook dat studenten elk een rol spelen. Zo vertolken ze een standpunt dat ze niet noodzakelijk ook echt delen. Mogelijke rollen zijn de optimist, de pessimist, de advocaat van de duivel, de coach, de onderzoeker, de burgemeester, de bevoegde minister, de oplichter etc.

Links

Een tweede concrete toepassing, die bij uitstek inspeelt op het feit dat een virtuele leeromgeving zelf een webomgeving is, is het aanbieden van allerlei internetlinks naar nuttige sites. Onder het rubriekje external • links kan de docent heel gemakkelijk een aantal links verzamelen, geordend en eventueel van wat commentaar voorzien. Opnieuw kan leesvaardigheid met de twee productieve vaardigheden gecombineerd worden, omdat de studenten na de lectuur hun bevindingen moeten neerschrijven of mondeling meedelen. Ze leren hoofd- van bijzaken onderscheiden, maar ook waardevolle en nuttige informatie van ballast. Een groot voordeel is dat studenten leren omgaan met het medium internet. Het is immers essentieel dat studenten informatie op het net leren opzoeken, selecteren en verwerken. Maar tegelijk is het van belang dat ze daarbij niet verdrinken in de niet te overziene hoeveelheid informatie die het internet aanbiedt. Ze leren gericht naar iets zoeken, in eerste instantie in een beperkt aantal sites. Belangrijk hierbij is dat alles geïntegreerd wordt aangeboden op één plek.

In de praktijk kan een opdracht erin bestaan de leerlingen een trip te laten voorbereiden naar een museum, een concert, een stad enz. De docent biedt een aantal websites aan. Op basis daarvan moeten de studenten de trip voorbereiden: opzoeken van openingsuren, informatie over de inhoud en de opzet van een museum, uren en aansluitingen van treinen en bussen. Afhankelijk van de bestemming kan die opdracht heel beperkt of meer complex zijn. In dat laatste geval (bijvoorbeeld een klasweekend of –reis voorbereiden) kunnen verschillende groepen elk een deel van de opdracht voor hun rekening nemen.

De opdracht bestaat uit een aantal deeltaken. Tot het domein van de leesvaardigheid behoort informatie doornemen, lezen, de belangrijke elementen selecteren. Verder moeten ze de informatie schriftelijk ordenen, overzichten opmaken, samenvattingen uitschrijven van de gevonden gegevens. Soms kan het nodig zijn via e-mail bijkomende informatie te vragen of te reserveren. En ten slotte moeten ze uiteraard mondeling rapporteren aan elkaar over de resultaten, maar ook over de werkwijze, de problemen die ze ondervonden hebben, hun ervaringen enz.

Via dat type opdrachten kan dus de nodige brok cultuur(geschiedenis) en Landeskunde in de lessen worden geïntegreerd. De motivatie bij de studenten is des te groter als ze weten dat ze de uitstap achteraf zelf maken en dat het welslagen van henzelf afhankelijk is. Bovendien leren ze een aantal andere vaardigheden dan de puur talige: leren organiseren, plannen, initiatief nemen.

We eindigen met nog een tweede praktijkvoorbeeld, dit keer rond literatuuronder-

Het multimediale talencentrum - Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove 1 29

wijs. In plaats van de leerlingen een boekbespreking te laten maken waarbij de besprekingen die op het internet te vinden zijn uit den boze zijn, kan van die informatie op het net juist handig gebruik gemaakt worden. De docent biedt dan een aantal links aan naar verschillende besprekingen van hetzelfde boek op het net, kwalitatief goede en minder goede. De leerlingen moeten die doornemen en de volgens hen beste bespreking aanstippen. Uiteraard motiveren ze daarbij hun keuze op basis van hun eigen lectuurervaringen. Een alternatief is dat ze uit de verschillende boekbesprekingen die elementen pikken die ze zelf het best vinden of die het meest bij hun ervaringen aansluiten en die samenbrengen in een nieuw geheel. Natuurlijk is bronvermelding hierbij van belang. Bovendien kan dit een aanleiding zijn om leerlingen vertrouwd te maken met de conventies hier omheen.

5 Tot besluit

De impact van het ICT-ondersteund taalonderwijs op het leerproces en de rol van de student binnen dat leerproces is dubbel: het biedt maximale mogelijkheden voor ondersteuning en begeleiding van het taalbeheersingsonderwijs én bevordert tegelijkertijd de zelfwerkzaamheid van de student.

Nieuwe ICT-toepassingen vormen extra stimuli voor het taalvaardigheidsonderwijs. Ze maken het niet alleen levendiger en gevarieerder, maar garanderen ook een maximale integratie van verschillende aspecten en domeinen van het taalbeheersingsonderwijs. Met name het werken met een elektronische leeromgeving biedt op dat vlak duidelijk veel troeven. Dat een elektronische leeromgeving, zoals bijvoorbeeld Blackboard, een lege 'shell' is, impliceert dat het gebruik ervan niet vakgebonden is. Het opent dus zeker ook perspectieven voor vakoverschrijdend werken. Het opvullen van dat lege kader kost ontegensprekelijk best wel wat tijd, maar we hebben ervaren dat het de moeite loont. Het ingebrachte materiaal blijft bruikbaar en is makkelijk manipuleerbaar. Met een elektronische leeromgeving creëert men voor de student bovendien een eigen werkplek waar hij niet alleen terechtkan voor duidelijk afgebakende taken en oefeningen, maar waar hij ook een communicatiemedium vindt en van waaruit hij bovendien op zoek kan naar verschillende vormen van informatie. Voor vele toepassingen is die werkplek bovendien niet langer een fysieke realiteit: de student kan ook buiten het universiteits- of schoolgebouw aan de slag. Bij het 'taal-leren' krijgt de student daardoor een steeds grotere flexibiliteit in tijd en ruimte.

Bibliografie

Werkgroep Talencentrum KULAK ('01), Het Multimediaal Talencentrum KWAK een voorstelling. Kortrijk: KULAK [cd-rom].

Desmet, P. en G. Beheydt ('00), 'Recente tendensen bij het gebruik van ICT in het taalonderwijs'. In: Desmet, P. en G. Beheydt (eds.). Educatief gebruik van taal- en spraaktechnologie. Rapport van de werkgroep EDUT&ST. Ieper – Kortrijk: FLV –KULAK [cd-rom].

30 I Het multimediale talencentrum - Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove

Desmet, P. en G. Beheydt ('01), 'Naar een digitale talenklas?'. In: Onze Alma Mater 2001(1), p. 43-72.

Wylin, B. ('00), 'Technologie als hefboom voor onderwijsvernieuwing'. In: Desmet, P. en G. Beheydt (eds.). Educatief gebruik van taal- en spraaktechnologie. Rapport van de werkgroep EDUT&ST. Ieper – Kortrijk: FLV – KULAK [cd-rom].

Noten

1 Een wat uitgebreidere versie van dit artikel verschijnt in het tijdschrift VONK (Tijdschrift van de Vereniging voor het Onderwijs in het Nederlands), 2002. We danken prof. Piet Desmet voor zijn opmerkingen en tips bij de eerste versie van dit artikel.

2 De auteurs begeleiden taaloefeningen voor de studenten van de eerste en tweede kandidatuur Germaanse en Romaanse Talen aan de K.U. Leuven Campus Kortrijk.

Het multimediale talencentrum - Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove 131

-

Labels

doelgroep
NT1-leerlingen
domein
schrijfonderwijs
land
België
onderwijstype
hoger/universitair onderwijs
thema
onderwijsleermateriaal
ICT
onderwijsleeractiviteiten

Dit artikel is onderdeel van

Onderdeel van

15de Conferentie Het Schoolvak Nederlands · 2001