Teksttypen leren schrijven

Peter Burghouts  ·  7de Conferentie Het Schoolvak Nederlands  ·  1993  ·  pagina 57 - 64

Teksttypen leren schrijven

Peter Burghouts

Inleiding

Het accent bij schrijfonderwijs ligt tegenwoordig op het stappenplan, op de planning van schrijven als een proces. De schrijver dient een aantal handelingen te verrichten zoals documenteren, doel en publiek bepalen, ordenen, formuleren, reviseren. Het zijn handelingen die uiteindelijk moeten leiden tot een tekst. Vrij weinig aandacht was en is er voor het teksttype, de tekstsoort waarmee een bepaald effect, een doel dus, bij de lezer kan worden bereikt. Ik pleit ervoor het teksttype als uitgangspunt te nemen voor schrijfonderwijs. Het is interessanter voor de leerlingen dan schrijfonderwijs vanuit het stappenplan en het levert ook meer op. U mag me hierbij op mijn woord geloven, want ik kan het voorlopig niet bewijzen met onderzoek.

1 Wat zijn teksttypen en welke soorten zijn er?

Meestal wordt gesproken over vier teksttypen op grond van het nagestreefde effect. De lezer kan worden geïnformeerd, geactiveerd, overtuigd of geamuseerd. Zelden worden aan deze doelstellingen ook teksttypen als middel gekoppeld.

De enige tekstsoort die in bijna alle methodes wordt beschreven is de brief, waarbij men een onderscheid maakt tussen sollicitatiebrief, klachtbrief, verzoekbrief. Daarbij is nauwelijks sprake van een systematische beschrijving van het teksttype, een beschrijving vanuit een beperkt aantal kenmerkende invalshoeken. Ik heb geprobeerd een teksttypologie te ontwerpen op basis van kenmerken voor inhoud, opbouw en stijl.

Bij de inhoud zoek ik kenmerken voor de wijze waarop de schrijver omgaat met zijn onderwerp. Welke houding neemt hij aan t o.v. zijn onderwerp? Ik kies voor een meer psychologische benadering: een schrijver kan het onderwerp registreren, zich erin inleven, erover generaliseren en erover betogen (zie Burghouts 1984).

De opbouw van de tekst bestaat uit een geordende reeks vragen die worden beantwoord. Vaak zijn het de vaste structuren van Steehouder (1992). Stijl is de formulering, die moet voldoen aan eisen van correctheid, begrijpelijkheid, aantrekkelijkheid en passende toon. De toon moet passen bij de inhoud: een emotioneel betoog moet bijvoorbeeld emotioneel taalgebruik vertonen, zoals emotionele stijlfiguren.

Ik ga uit van een ideaaltypische benadering: ik beschrijf teksttypen waarin de kenmerken op een ideale wijze aanwezig zijn. Eigenlijk is dit een retorische benadering van de teksttypen, heel oud, klassiek wel, zou je mogen zeggen. Ze wordt toegepast in de literatuurwetenschap en de leer van de toespraken, maar slechts beperkt in methodes voor zakelijke communicatie bij het schoolvak Nederlands. Wel vindt u deze benadering in Pijler (havo/vwo) en Zakelijke communicatie (hbo).

57

Een teksttype voldoet dus aan kenmerken van inhoud, opbouw en stijl en onderscheidt zich daardoor van andere teksttypen. Op basis van de wijze waarop de schrijver omgaat met zijn onderwerp, zijn vijf hoofdsoorten te onderscheiden:

1 registrerende teksten waarin een schrijver gedetailleerd of samenvattend weergeeft wat hij heeft waargenomen (van buitenaf dus). Voorbeelden: reportage, protocol, routebeschrijving, persoonsbeschrijving, notulen, verslag. De lezer krijgt een nauwkeurig beeld van wat heeft plaatsgevonden, zodat hij de gebeurtenis kan registreren.

2 verhalende teksten waarin een schrijver het doen en laten van mensen weergeeft. Hij leeft zich in mensen en werkt van binnen uit. Hij vertelt een gedramatiseerd levensverhaal over bijvoorbeeld ongeluk, een verblijf in het buitenland, een mislukte vakantie. Ook rekenen we hiertoe: novelle, roman, stripverhaal. De lezer kan de gebeurtenis meebeleven.

3 informatieve teksten waarin een schrijver generaliserend informatie doorgeeft en een aantal vragen beantwoordt, maar zelf geen mening geeft: persbericht, aankondiging, circulaire, informatieve brief, nieuwsbericht in krant. De lezer krijgt informatie aan de hand van vier w-vragen (wie, wat, waar, wanneer, soms ook hoe en waarom.)

4 beschouwende of uiteenzettende teksten, waarin een schrijver generaliserend verschillende standpunten belicht, maar zelf geen standpunt inneemt (maar dat vaak wel tussen de regels suggereert). Het artikel toont een tendens. Voorbeelden: achtergrondartikel, beschouwing over een probleem, een onderzoek, een maatregel, een beoordeling. De schrijver wil, dat de lezer zichzelf een oordeel vormt. Hij moet zelf zijn normen en waarden aan de gegeven informatie verbinden.

5 betogende teksten, ook wel genoemd opiniërende en activerende teksten waarin een schrijver betoogt, dus zijn lezer met argumenten probeert over te halen tot een standpunt of een activiteit. Voorbeelden: column, emotioneel, zakelijk, verzoenend betoog, commentaar, folder, de meeste soorten brieven: verzoekbrief, klachtbrief, verkoopbrief; zelfs de sollicitatiebrief valt hieronder. De schrijver hoopt en verwacht, dat de lezer de mening accepteert.

Al deze teksten hebben hun eigen opbouw en stijl. Ik moet me beperken en geef in schema in paragraaf 3 enkele kenmerken voor de vijf teksttypen waaruit op het eindexamen een keuze kan worden gemaakt.

2 Wanneer moet u welk teksttype toepassen?

Een schrijver dient de communicatieve situatie te analyseren. Hij bepaalt wat het doel, het gewenste effect, is;

wat de kenmerken van de doelgroep zijn;

met welke tekstmiddel het doel het beste kan worden bereikt bij de doelgroep.

Ik kan de gang van zaken het beste toelichten met een voorbeeld en daarbij wil ik het laten. Wil een schrijver in een schoolkrant medeleerlingen emotioneel betrekken bij de dagelijkse gang van zaken in de oorlog in Bosnië, dan heeft hij de beschikking over de volgende teksttypen (niet uitputtend):

-een reportage van gebeurtenissen die hij heeft gezien op tv. Het effect bij de lezer is, dat hij zich een ooggetuige weet van de gebeurtenissen. De emoties die de schrijver waarneemt, zullen van de buitenkant beschreven worden.

58

-een verslag van een interview met een Bosnische vluchteling. In zo'n tekst zullen ervaringen en emoties van binnenuit worden belicht. De lezer kan zich identificeren. -een emotioneel betoog, waarin hij een aantal gebeurtenissen beschrijft, tot actie oproept of een ethisch standpunt bepleit. In zo'n tekst zal het accent meer komen te liggen op normen en waarden. De lezer wordt daarop aangesproken.

De keuze van het teksttype is telkens een creatieve keuze: er zijn vaak meer mogelijkheden met ieder een verschillend effect.

3 Welke teksttypen voor eindexamen havo en vwo?

Soms is bij stelopdrachten voor het eindexamen havo en vwo het teksttype gegeven: 'Schrijf een beschouwing of een betoog.' Soms wordt de keuze voor een beschouwing, betoog of verhaal aan de kandidaat overgelaten. Dan staat er: 'Schrijf een opstel of een artikel'. Een enkele keer worden de termen beschouwing en betoog niet goed gebruikt, zoals in de volgende opdracht (vwo 1993, tijdvak 1).

(   ) Schrijf een beschouwing over vaderland, vaderlandsliefde en de bereidheid eventueel offers voor het vaderland te brengen. Ga daarbij onder andere in op een aantal van de volgende vragen. Is er sprake van door de moderne tijd achterhaalde gevoelens, en zo ja, is zo'n verandering historisch verklaarbaar? Heb je daar vrede mee? Of is het nationaal gevoel in wezen onaangetast, maar krijgt dat alleen op een andere manier gestalte.

Formuleringen als achterhaalde en Heb je daar vrede mee? wijzen erop dat een mening wordt gevraagd, net als de laatste vraag. Ik bepleit duidelijkheid.

In de praktijk van het eindexamen havo en vwo worden de volgende vijf teksttypen geschreven: informatieve tekst, beschouwing en drie soorten betoog, het emotionele betoog, het zakelijke en het verzoenende betoog. Ik zet telkens twee teksttypen tegenover elkaar en geef aan hoe de schrijver met het onderwerp omgaat. Op het einde van de paragraaf geef ik een overzicht waarbij ik ook de kenmerken van opbouw en stijl summier aangeef.

Informatieve tekst en beschouwing

Informatieve tekst: Daf in surséance

Wie en wat   De vrachtwagenfabriek DAF in Eindhoven heeft in

Waar en wanneer   januari 1993 surséance van betaling moeten aanvragen.

Waarom   Het bedrijf had een schuld van 3 miljard gulden en kon aan zijn verplichtingen niet meer voldoen.

Hoe   Een bedrijf vraagt dan bij de rechtbank opschorting van betalingsverplichtingen aan. Dat betekent, dat de schuldeisers hun vorderingen niet kunnen innen, omdat het bedrijf eigenlijk failliet is. De rechtbank wijst één of twee bewindvoerders aan. Die hebben het recht de goederen van het bedrijf te verkopen en met de opbrengst de schuldeisers - voor zover dat mogelijk is - uit te betalen. In de praktijk bekijken de bewindvoerders ook of het hele bedrijf failliet moet worden verklaard of dat er delen kunnen worden gered.

Het 'hoe' toegepast   Bij Daf werd de vrachtwagenfabriek gered, maar de DAF-lease maatschap

op Daf   pij, die een schuld had van meer dan een miljard gulden, werd failliet verklaard.

59

De schrijver gaat generaliserend om met het onderwerp. Hij abstraheert van gebeurtenissen en geeft feiten. Als u diezelfde feiten behandelt volgens de probleemstructuur in combinatie met enkele vragen uit de evaluatiestructuur, schrijft u een beschouwing. De tekst krijgt dan een tendens: één oplossing is 'de beste'. We geven eerst de hoofdvragen voor deze tekst.

Beschouwing: Daf in surséance

Probleemstructuur in combinatie met de evaluatiestructuur

Wat is het probleem? In januari 1993 moest één van Nederlands meest trotse industrieën surséance van betaling aanvragen. De Van Doorne Automobiel Fabriek stapte naar de rechter en vroeg opschorting van de betalingsverplichtingen, omdat ze daaraan niet meer kon voldoen.

Problematisch?   Zo'n stap heeft verregaande gevolgen. Er is nergens meer geld voor (..)Een surséance is een drama met alleen slachtoffers, geen geredden.

Welke oorzaken? Hoe heeft het bij Daf zo ver kunnen komen? Daf was tot 1987 een vrij kleine vrachtwagenfabriek, die besefte te klein te zijn om in de toekomst grote investeringen te kunnen doen. Toen bood zich plotseling de mogelijkheid de Britse Leyland-fabriek over te nemen. Daf waagde de sprong voorwaarts en werd in één klap de vijfde vrachtwagenfabriek van Europa (...) Maar toen dook het spook van de Britse recessie op.(..) In oktober 1992 maakte het bedrijf een verlies van 1 miljoen per dag ; de bodem van de geldkist werd zichtbaar en de banken waren niet bereid nieuwe munten daarin te storten.

Welke oplossingen, welke

 

voor- en nadelen?

Welke is de beste oplossing?

Het bestuur van DAF zag geen oplossing en vroeg bij de rechtbank in Den Bosch opschorting van de betalings-verplichtingen aan. De gang van zaken in Nederland is dan deze: de rechtbank benoemt één of twee bewindvoerders die op korte termijn met oplossingen voor de schuldeisers moeten komen. Ze kunnen bijvoorbeeld het hele bedrijf failliet laten verklaren en de overgebleven roerende en onroerende goederen verkopen. Een andere oplossing is een sterfhuisconstructie. (De voor- en nadelen van beide oplossingen worden besproken) Bij Daf is deze sterfhuisconstructie ook toegepast: (...).

 

De sterfhuisconstructie is dus voor de banken een redelijke oplossing, maar er rest één probleem. De aandeelhouders zijn bij de sterfhuisconstructie geen partij geweest en kunnen naar hun geld fluiten.

BESCHOUWING EN BETOOG

Beschouwing: De interrailkaart

1   De interrailkaart is een treinkaart voor jongeren tussen 18 en 26. Ze kunnen voor 575 gulden een maand door vele culturen zwerven.

2   Ze is alleen voor jongeren van 18 tot en met 25. Jonger is te jong en ouder verdien je genoeg en heb je maatschappelijke verplichtingen, zegt NS.

3   Ze is alleen te koop van juni tot en met augustus. Dat heeft te maken met het ontstaan van het idee. De spoorwegmaatschappijen in Europa hebben in de zomer minder klandizie: veel klanten zijn op vakantie. Ze hebben van de nood een deugd gemaakt: de lege plaatsen aangeboden aan jongeren, oorspronkelijk voor iets meer dan een tientje per dag. Economische motieven hebben dus de doorslag gegeven.

4   Maar veel jongeren waarderen het idee als een bijdrage aan internationaal denken: ze leren al jong op een gemakkelijke manier om te gaan met mensen van andere culturen.

60

Als de tekst bestond uit de eerste drie alinea's, zou u van een informatieve tekst moeten spreken. De laatste alinea bevat en oordeel; alleen daardoor wordt die een beschouwing. Het onderscheid tussen informatie en beschouwing kan klein zijn.

Betoog: De interrailkaart

Als u hetzelfde gegeven gebruikt om een betoog te schrijven, gaat u meer subjectieve woorden gebruiken. In de onderstaande tekst zijn ze cursief. Die subjectieve uitingen worden ook beargumenteerd. De argumenten staan tussen [].

1 De interrailkaart is een heel aantrekkelijke treinkaart voor jongeren tussen de 18 en 26 jaar, [omdat ze voor zo'n 575 gulden een maand lang door de vele culturen van Europa kunnen zwerven].

2   Helaas is ze slechts bestemd voor jongeren van 18 tot en met 25 jaar. Dat is wel billijk vind ik. [Daaronder ben je te jong en onervaren, daarboven verdien je vaak al aardig en heb je maatschappelijk verplichtingen.]

3   Ze is alleen te koop in de zomermaanden van juni tot en, met augustus. En dat heeft alles te maken met het ontstaan van het idee. De spoorweg-maatschappijen in Europa hebben namelijk in de zomer veel minder klandizie: een groot aantal klanten zijn op vakantie. Ze hebben een jaar of tien geleden van de nood een deugd gemaakt: de lege plaatsen aangeboden aan jongeren, oorspronkelijk voor iets meer dan een tientje per dag. Economische motieven hebben dus de doorslag gegeven.

4 lk waardeer het idee toch vooral als een bijdrage tot het internationaal denken van jongeren. [Want je leert toch het gemakkelijkst met mensen van andere culturen omgaan, als je zelf nog jong en aantrekkelijk bent].

Bij het betoog onderscheid ik drie soorten, al naar gelang het effect dat het kan oproepen bij de lezer:

- het emotionele betoog, dat de lezer wil emotioneren. De schrijver werkt bijvoorbeeld met beschrijvende voorbeelden, vergelijkingen en tegenstellingén.

- het zakelijke betoog, dat de lezer een verstandig inzicht wil geven. De schrijver werkt met zakelijke argumentatie: doel en middel, oorzaak en gevolg, eigenschappen. - het verzoenende betoog, dat de lezer wil bewegen tot een verzoening van twee standpunten in een compromis. De schrijver werkt behalve met zakelijke argumentatie ook met motiverende argumentatie: gemeenschappelijke belangen, waarden en normen.

Emotioneel betoog

De service in de kantine deugt niet.

De les eindigt om 19.10. Ik praat nog wat na met de docent en loop naar de kantine. Als je ½ uur les hebt gehad nadat je al een hele dag hebt gewerkt, wil je ook wel eens rustig zitten met een kopje koffie. Nou vergeet het maar. Kom ik in de kantine, staat daar een rij van 25 mensen voor me en een mevrouw achter het buffet die ook nog bitterballen moeten bakken en de telefoon aannemen. Geen koffie dus, want de les begint alweer om 19.30 uur. Dat is toch geen service!

Zakelijke betoog

De service in de kantine is niet optimaal. Het komt vaak voor dat studenten tussen de lessen door zo lang moeten wachten bij het bestellen, dat zij niet aan de beurt komen in een pauze van 20 minuten.

61

In het emotionele betoog geeft de schrijver een beschrijvend voorbeeld, in het zakelijke een feit. In een zakelijk betoog vinden we één hoofdstandpunt en zakelijke argumentatie die het standpunt ondersteunt. In een verzoenend betoog drie standpunten: twee tegenovergestelde (in alinea 1 en 2) en hun zakelijke of emotionele argumentatie; en één verzoenend standpunt (onder punt 3) dat met motiverende argumentatie wordt gestaafd. Die motiverende argumentatie wordt eventueel met zakelijke argumenten onderbouwd.

Zakelijk   Verzoenend

Het vandalisme op school neemt snel   1 Wij hebben nog niet zo lang geleden voorgesteld strenge

toe. De gevolgen zijn verontrustend   maatregelen te nemen tegen vandalen op school. Het is

(....)Een schade van f 50.000,-- is   nodig vandalen af te schrikken. Wij hebben voorgesteld

onaanvaardbaar. Daarom zullen wij   vandalen onmiddellijk te schorsen en bij een tweede

streng optreden tegen vandalen. Bij   vergrijp van school te verwijderen.

het eerste vergrijp worden zij ge   2 De meerderheid van de ouders vond deze maatregel te

schorst en bij het tweede verwijderd   ver gaan. Zij wilde eerst een beter toezicht. Als er beter

van school.   toezicht was, zou dat de jeugdigen van vandalistisch gedrag weerhouden, zo redeneerde zij.

3 Wij kunnen begrip opbrengen voor het standpunt van de ouders: het is zeker zo, dat beter toezicht een deel van het vandalisme kan voorkomen, maar het zal niet voldoende zijn om de schade tot normale proporties terug te brengen. Nu rijzen de kosten van het vandalisme de pan uit. Het gaat om een bedrag van f.50.000,-- Dat bedrag wordt onttrokken aan het budget voor de leermiddelen. De ouders zullen het met de leiding eens zijn, dat dit niet aanvaardbaar is. Het zou een te gemakkelijke oplossing zijn de ouderlijke bijdrage te verhogen.

4 Daarom zullen wij streng tegen vandalen optreden. Allereerst wordt het toezicht tijdens de pauzes en de vrije uren ver-

scherpt. Als er vernielzuchtig gedrag wordt geconstateerd, zullen eerst de ouders worden opgeroepen en zal met hen overlegd worden over herstel en vergoeding van de schade. Op deze wijze hopen wij te voorkomen dat de ouderlijke bijdrage met 100,-per leerling moet worden verhoogd.

4 Welke teksttypen na de basisvorming?

Welke teksttypen moeten leerlingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs leren? Ik doe een voorstel, dat ik verder niet beargumenteer:

- van de registrerende tekstsoort: reportage, notulen;

- van de verhalende tekstsoort: het 'human interest'-verhaal;

- van de informatieve tekstsoort: persbericht, aankondiging;

- van de beschouwende tekstsoort: beschouwing met en zonder 'human interest' over een probleem, een onderzoek, een maatregel, een beoordeling;

- van de betogende tekstsoort: emotioneel betoog, zakelijk betoog, verzoenend betoog, recensie en vele briefsoorten: klachtbrief, reactie klachtbrief, verzoekbrief, sollicitatiebrief, slecht-nieuwsbrief.

62

 

Overzicht tekstty-

pen: opbouw

 

 

 

 

Informatieve

Beschouwing

Emotioneel

Zakelijk betoog

Verzoenend

tekst

 

betoog

 

betoog

Begin

 

 

 

 

Aandachtstrekker

Beschrijving,

Aandachtstrekker:

Aandachtstrekker

Aandacht voor

4 w's

vergelijking, afo-

emotionele

met 4 w's. Zie

standpunten van

 

risme, hard oor-

beschrijving met 4

onder: beschou-

voor- en tegen-

 

deel, feit.

w's

wing

stander; 4 w's

 

4 w's.

 

 

 

Middenstuk

 

 

 

 

Antwoord op:

Vragen van bijv.

Pleiten tegen:

Argumentatie-

Begrip opbren-

waarom en hoe?

probleem- en

beweren, weerleg-

structuur, gekop-

gen voor tegen-

Andere

maatregelstruc-

gen. Patroon:

peld aan bijv.

stander. Motive-

structuur:

tuur worden

vaak opsommen-

probleem- en

rende argumen-

-opsomming;

beantwoord

de, tegenstellende

maatregelstruc-

tatie leidt tot

-heden

 

of vergelijkende

tuur. Soorten

compromis

-toekomst.

 

argumentatie van

voorbeelden,

waarnemingen en

waarden (menie-

gen)

argumenten: fei-

ten, eigenschap-

pen, oorzaak-ge-

volg, middel,

doel, logica

 

Afronding

 

 

 

 

Samenvatting

idem

Herhaling stand-

Samenvatting

Samenvatting

vooruitblik

 

punt

vooruitblik

vooruitblik

of terugblik

 

 

of terugblik

of terugblik

Stijlmiddelen

 

 

 

 

Beschrijvingen,

vragen formule-

Idem

Emotionele

stijlfiguren:

Voorbeelden,

beschrijvende

Eufemismen,

understatement

ren, stijlfiguren

 

 

ironie, herhaling,

opsomming,

tegenstelling,

retorische vraag

enz.

bijv.nw, uitleg-

gende vergelijking

algemeenheden,

verhullende

vergelijking   

63

5 Enige didactische opmerkingen.

Tot slot nog een paar opmerkingen over de didactiek. De leerlingen:

  1. leren en oefenen in basiscursussen een aantal vaardigheden: formuleren, spellen, argumenteren, het werken met een stappenplan en documenteren.

  2. bestuderen teksttypen op kenmerken van inhoud, opbouw en stijl.

  3. schrijven teksttypen, documenteren zich en voeren een stappenplan uit. Hierbij leren zij ook elkaars werk te beoordelen met beoordelingsformulieren. Het oefenwerk komt in een dossier, dat de leraar per periode bekijkt en globaal beoordeelt.

  4. schrijven als proefwerk een artikel over een actuele kwestie die gedocumenteerd wordt. Ze moeten zelf het teksttype kiezen en het beoogde effect aangeven.

De tijd die de correctie vergt valt misschien niet tegen. Ik heb er ervaring mee bij afgestudeerde havisten. Als ik uitga van 45 minuten correctietijd per leerling per jaar voor schrijfprodukten, zou ik het volgende kunnen doen in de hogere jaren: - globale beoordeling twee dossiers van telkens drie teksten: 2 x 15 min. - globale beoordeling van twee teksttypen die geschreven worden tijdens een proef-werkzitting: 2 x 5 minuten.

- 5 minuten administratie per leerling.

Het stappenplan en het documenteren worden telkens opnieuw geoefend. De leerlingen schrijven acht teksten per jaar en 'bat is heel wat meer dan nu het geval is. De veelheid aan teksttypen is aantrekkelijk en geeft vele mogelijkheden te oefenen met structuren, argumenteren, stijlelementen. De leerling is actief.

Dit schrijfonderwijs kan alleen maar slagen, als aan enkele voorwaarden is voldaan:

- Leerlingen beschikken over boeken waarin een groot aantal teksttypen staan. In Pijler 4 en 5 havo, 4/5 vwo en 6 vwo staan er bijvoorbeeld ongeveer twintig. - Leerlingen moeten leren elkaars werk te beoordelen. Dat kost tijd, maar het loont. - Leraren zullen nageschoold moeten worden in het leren onderkennen van teksttypen en het leren globaal en snel te beoordelen.

Literatuur

Burghouts, P., e.a., Pijler. Taalvaardigheid Nederlands voor de bovenbouw van havo en vwo. Deel Vwo 4/5, deel vwo 6, deel havo 4 en deel havo 5, Malmberg "s-Hertogenbosch 1991-1992

Burghouts, P. en J. Schilleman, 'Een kwestie van aanvoelen: leren schrijven.' In: DCN-cahier 16, p. 105 vv. Malmberg Den Bosch 1984

Janssen, D e.a. Zakelijke Communicatie, 2 dln., 2e dr., Wolters-Noordhoff Groningen 1992 Steehouder, C. e.a., Leren Communiceren, 3e dr. Wolters-Noordhoff Groningen 1992

64

Labels

doelgroep
NT1-leerlingen
domein
schrijfonderwijs
land
Nederland
onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
thema
onderwijsleeractiviteiten

Dit artikel is onderdeel van

Onderdeel van

7de Conferentie Het Schoolvak Nederlands · 1993