Het Nederlands in nieuwe vormen van leren

Jan T'Sas  ·  22ste Conferentie Het Schoolvak Nederlands  ·  2008  ·  pagina 79 - 80

Download artikel

Recognized HTML document

3. Competentieleren

Het gevolg hiervan is dat leerlingen en docenten vaak niet weten waar taalgebruik nu aan zou moeten voldoen. Ze merken wel dat er fouten worden gemaakt, maar weten niet welke fouten dat precies zijn. En dan grijpt men al snel naar de meest zichtbare en meetbare aspecten. En dat zijn natuurlijk zinsbouw, grammatica en spelling. Conclusie: meer uren voor taalonderwijs.

3. Een voorbeeld

Hoe meer ik me ging verdiepen in de taalproblemen van leerlingen in het mbo, hoe meer ik merkte dat ik op de stagevloer moest zijn. Daar zie je wat er gevraagd wordt van een beginnend beroepsbeoefenaar en waar de leerlingen mee worstelen. Een apothekersassistente bijvoorbeeld moet heel goed kunnen lezen en moet tegelijkertijd een cliënt/patiënt kunnen informeren en geruststellen. Dit ‘tegelijkertijd’ is essentieel: je moet iets kunnen opzoeken en toch deskundigheid uitstralen, contact kunnen houden met de cliënt en heel secuur de juiste informatie kunnen opzoeken en doorgeven. Ga er maar aanstaan.

Het is dan belangrijk dat je heel precies uitzoekt waar dat lezen aan moet voldoen: wat moet je precies doen als je op die manier moet lezen, hoe merk je dat je het goed doet? Welke criteria kun je dus aanleggen?

Vervolgens ga je die criteria met leerlingen bespreken en het lezen en voorlichten in de les oefenen. De taak wordt met de criteria in de hand bekeken.

Firma Taal van het ROC van Amsterdam is bezig met het maken van een film over bovenstaande taalproblematiek en -aanpak. De film is bedoeld voor docenten (ook voor niet-taaldocenten), managers en beleidsbeslissers. In de workshop zal ik een trailer van de film ‘Onzichtbare Taaltaken’ laten zien en toelichten.

Ronde 2

Jan T’Sas

Klasse – Universiteit Antwerpen Contact: jan.tsas@skynet.be

Het Nederlands in nieuwe vormen van leren

De jongste jaren is er zowel in Nederland als in Vlaanderen heel wat belangstelling gegroeid voor nieuwe vormen van leren. In Nederland spreekt men meestal van ‘het nieuwe leren’; in Vlaanderen van ‘begeleid zelfstandig leren’. Beide gemeenschappen vullen dat nieuwe leren verschillend in, maar in de school- en klaspraktijk zijn er veel

3

79

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

overeenkomsten. Ook de gevolgen van nieuwe vormen van leren voor de plaats van het Nederlands binnen het onderwijs zijn in Vlaanderen en Nederland vergelijkbaar.

Hoe krijgen deze nieuwe vormen van leren concreet vorm op school? Welke gevolgen heeft dat voor het vak Nederlands? En welke rol is er (nog) weggelegd voor de leraar Nederlands? Om die vragen te kunnen beantwoorden, trok een werkgroep van de Nederlandse Taalunie in 2006 met camera en geluidsapparatuur naar twee Nederlandse en twee Vlaamse scholen die nieuwe vormen van leren hebben ingevoerd. Een dag lang filmden ze leerlingen en leraren in onderwijssituaties. Daarnaast werden interviews afgenomen. De beelden werden gemonteerd tot vier thematische gehelen, waarbij de nieuwe vormen van leren telkens vanuit een heel concreet perspectief worden benaderd, namelijk vanuit het perspectief van ‘de leraar’, ‘de leerling’, ‘het lesmateriaal/de leerstof’, ‘de didactiek en de organisatie’. Ten slotte werd het beeldmateriaal op dvd gebrand.

Naast een dvd werd een brochure ontwikkeld met een kijkwijzer, die de thematiek van nieuwe vormen van taal leren in zeven aandachtspunten verdeelt. Vier daarvan hebben betrekking op de inhouden en de doelen van het onderwijs Nederlands en drie op de leraarvaardigheden. Bij elk van de aandachtspunten worden vragen geformuleerd die de werkgroep aan de scholen heeft gesteld en die ook u binnen uw eigen school/scholen als leidraad kunt gebruiken.

Tijdens deze workshop worden de brochure en de dvd op een interactieve manier voorgesteld. De brochure is immers bedoeld als een hulpmiddel voor taalcoaches, coördinatoren, pedagogisch begeleiders, lerarenopleiders, etc. om hun school/scholen te ondersteunen bij de ontwikkeling van nieuwe vormen van taalleren. De praktijk voert de bovenhand: kijk zelf, of kijk samen met de studenten/leraren die u begeleidt naar de beelden; hanteer de kijkwijzer en voer de opdrachten uit; discussieer en trek conclusies voor uw school- en klaspraktijk; toets eventueel uw bevindingen aan de kansen en bedreigingen die tientallen deskundigen tijdens de conferenties opwierpen.

Het filmmateriaal werd voor het eerst getoond tijdens de HSN-conferentie van vorig jaar. Het werd ook besproken op twee andere conferenties/studiedagen. De feedback die hierdoor werd gegenereerd, werd eveneens in de brochure verwerkt: wat zijn de kansen, wat zijn de valkuilen en wat zijn de aandachtspunten?

80

Labels

doelgroep
NT1-leerlingen
domein
nieuwe leren
land
Belgiƫ
Nederland
onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
thema
onderwijsleeractiviteiten

Dit artikel is onderdeel van

Onderdeel van

22ste Conferentie Het Schoolvak Nederlands · 2008