SITA – systematische, interactieve tekstanalyse

Henk Bakker  ·  7de Conferentie Het Schoolvak Nederlands  ·  1993  ·  pagina 1 - 9

SITA - Systematische, interactieve tekstanalyse.

Computerondersteund lezen met Nedercom

Henk Bakker

Samenvatting.

In de inleiding wordt een beeld geschetst van hoe leerlingen in het vwo het examenonderdeel Samenvatten aanpakken. Die aanpak vraagt om enige systematisering en aanscherping. Daarna komt de leesvaardigheid in het hbo aan de orde, evenals een cursus Studerend lezen aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, faculteit Onderwijs. Deze cursus is computerondersteund door het programma NEDERCOM LEZEN. Tenslotte wordt een voorbeeld gegeven van deze wijze van tekstanalyse.

1 Inleiding

Na het eindexamen Samenvatten Nederlands vwo stonden in De Volkskrant van 14 mei 1993 onder andere de volgende leerlingenreacties te lezen:

"José is erg ontevreden dat ze het afgelopen jaar alleen samenvattingen hebben geoefend door op papier tekstdelen te onderstrepen. 'Zelf echt op papier zetten was er niet bij en dat is toch een heel verschil'." "Roland ... vertelt zonder blikken of blozen dat hij eerst twee pagina's van het examenstuk is gaan lezen, toen is gaan onderstrepen en vervolgens een samenvatting heeft gemaakt. Pas daarna las hij de resterende tekst en vatte ook die samen. Heb je het zo geleerd? Onder het oog van zijn leraar, lacht hij tevreden: 'Nee, maar het werkt wel."

"Rob ... was donderdagmiddag ook ruim op tijd klaar. 'Je zou mijn tekst eens moeten zien. Die bestaat alleen nog maar uit krassen, sterretjes en pijlen. Op die manier analyseer ik voor mezelf een tekst in onderdelen, en daarna schrijf ik dan mijn samenvatting."

De aanpak van deze leerlingen zal veel leraren Nederlands ongetwijfeld niet geheel onbekend voorkomen. Ze lezen de tekst in zijn geheel, of in gedeelten, maken een analyse en schrijven een samenvatting. Moeiteloos zijn drie fasen te onderscheiden:

  1. het globaal lezen van de tekst in zijn geheel;

  2. het intensief lezen van de tekst en de analyse ervan;

  3. het schrijven van een samenvatting op basis van de geanalyseerde tekst.

Wat in de citaten impliciet blijft, is de precieze opbrengst per leesfase. De leerlingen lijken na het globaal lezen van de tekst meteen over te stappen op intensieve lezing, waarbij de tekst voorzien wordt van 'krassen, sterretjes en pijlen' die dienen om a. de tekst te verdelen in onderdelen; b. de hoofdzaken te markeren; en c. misschien verbanden in de tekst aan te geven (met pijlen?). De samenvatting komt tot stand op basis van de 'bewerkte' tekst, en niet op basis van een schema bestaande uit thema, hoofdgedachte, kernuitspraken van alinea's en geëxpliciteerde alineaverbanden.

Voor de hier geciteerde vwo-kandidaten geldt dat een een goed ingeoefende, systematische tekstanalyse geen overbodige luxe zou zijn. Een tekstschema in bovengenoemde zin kan een prima startpunt zijn voor het schrijven van een samenvatting in eigen woorden. Zo'n tekstschema is het resultaat van een adequate verwerking van de tekst. Het maken ervan is tevens een studievaardigheid die zijn nut bij andere schoolvakken en in het vervolgonderwijs kan bewijzen.

1

2 Leesvaardigheid in het hbo

De aansluiting havo - hbo laat te wensen over, resulterend in hoge uitvalpercentages, vooral in het begin van de studie. In een recent rapport over instroomprofielen, opgesteld in opdracht van de HBO-Raad(1), worden in verband met de vakoverstijgende leesvaardigheid tekorten gesignaleerd op de volgende onderdelen:

doelgericht lezen;

hoofdpunten uit een tekst halen;

het zelfstandig lezen van handboeken;

strategisch aanpakken van de studiestof (globaal lezen, herhalend lezen, memoriseren); integreren (relaties nagaan, koppelen aan eerdere kennis);

zakelijk samenvatten.

Het betreft hier de mening van hbo-docenten die overigens naar het oordeel van de studenten zelf de lesstof in een te hoog tempo behandelen en de verstrekte informatie onvoldoende ordenen. In het belang van de student zou er zowel in het havo-mbo als in het hbo systematisch aandacht geschonken moeten worden, en niet alleen bij Nederlands, aan het toepassen van een goede strategische aanpak van studieteksten. Met een goede leesstrategie zullen aansluitingsproblemen niet meteen de wereld uit zijn. De problemen zijn complexer en niet te reduceren tot enkel een leesvaardigheidsprobleem, maar leesvaardigheid staat als studievaardigheid wel centraal.(2)

Q

Een effectieve en efficiënte leesstrategie voor studerend lezen kan met name voor havo'ers en mbo'ers in het hoger beroepsonderwijs een belangrijke bijdrage betekenen aan studiesucces. In havo/mbo wordt het tekstbegrip getoetst met behulp van tekstafhankelijke, tekstspecifieke vragen.3 Dat type vragen heeft zijn nut, maar levert nauwelijks een bijdrage aan het ontwikkelen van een zelfstandige, tekstonafhankelijke procedure voor tekstanalyse. En het is juist het zelfstandig kunnen onderscheiden van hoofd- en bijzaken, het kunnen samenvatten van langere studieteksten, dat in de eerste fase van het hbo van de studenten gevraagd wordt.

"De kern uit een stuk halen is moeilijk voor havisten: ze verzanden nogal eens in details." "De studenten klagen dat ze moeilijk hoofd- en bijzaken kunnen onderscheiden." "De studenten kunnen de hoofdpunten niet uit een tekst halen, ze lezen vooringenomen een tekst en trekken overhaaste conclusies." 4

Voor het studerend lezen kan een vernieuwd eindexamen leesvaardigheid voor het havo van groot belang zijn. Volgens het Eindverslag van de CVEN moeten 'de kandidaten bij het onderdeel Leesvaardigheid op basis van interpretatie en analyse:

  1. de beoogde effecten en de beoogde lezers aan te geven;

  2. tekstsoorten vast te stellen op grond van het belangrijkste schrijfdoel;

  3. onderwerpen en hoofdgedachten van teksten en tekstgedeelten te onderscheiden;

  4. de functie van tekstgedeelten te omschrijven;

  5. inhoudelijke en functionele relaties tussen tekstonderdelen te benoemen;

  6. de functies van stijleigenaardigheden te omschrijven;

  7. de functies van vormgevingsmiddelen aan te geven;

  8. belangrijke tekstspecifieke vragen te beantwoorden.

Bij het samenvatten wordt verwacht dat de kandidaten teksten en tekstgedeelten weten te reduceren tot de hoofduitspraken met de bijbehorende ondersteuning of

2

ondergeschikte uitspraken.'

Aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, faculteit Onderwijs, krijgen alle eerstejaars in de eerste tien weken een cursus Taal-en studievaardigheidstraining met als doel het verbeteren van die aansluiting havo/mbo - hbo. Aangezien het havo 'de koninklijke weg' voor toelating tot het hbo is, en derhalve de havist de normstudent is, kan er geen sprake zijn van een deficiëntiecursus. Een in het hbo wenselijk geachte vaardigheid als het kunnen hanteren van een tekstonafhankelijke procedure om hoofd- en bijzaken uit studieteksten te halen, is voor havisten geen eindexameneis. De cursus maakt daarom onderdeel uit van de Propedeuse en wordt gehonoreerd met

1 studiepunt, oftewel 40 studiebelastingsuren. In de cursus is een centrale plaats ingeruimd voor het lezen als ons inziens belangrijkste studievaardigheid.(6) Daaraan worden acht blokcolleges van 2 x 50 minuten besteed. De opbouw is als volgt:

2 x korte teksten met het accent op het herkennen van het thema, de alinea- en tekstindeling, het vinden van de kernzinnen per alinea, het formuleren van de kernuitspraken en vooral de functie van de verbindingswoorden in de tekst. Het is een korte herhaling van de voor een tekstanalyse benodigde basisvaardigheden uit het voortgezet onderwijs;

2 x langere teksten met een duidelijke opbouw in inleiding - middenstuk - slot. De teksten ondergaan een complete analyse volgens een vast stramien, uitmondend in een kort tekstschema met de hoofd- en bijzaken;

4 x lange teksten op het niveau van het eindexamen vwo en de behandeling van hoofdstukken uit voor vaktentamens te bestuderen studieboeken ter wille van de transfer. (Een goed tekstschema is een prima vertrekpunt voor het schrijven van een samenvatting of het afleggen van een tentamen over de inhoud van die tekst. Vandaar dat de transfer van de geoefende procedure van losse teksten naar een studieboek onderdeel van de cursus vormt.)

Het afsluitend tentamen bestaat uit het reduceren van een langere en een lange tekst tot een tekstschema met een vaste opbouw. Zie daarvoor het tekstschema verderop.

3 NEDERCOM: computerondersteund lezen

In de cursus wordt gebruikt gemaakt van een speciaal voor de cursus ontwikkeld computerprogramma: NEDERCOM LEZEN. Dit bestaat uit twee modules:

  1.    8 korte teksten met een herhaling van de basisvaardigheden

(thema, deelthema's, kernzin en kernuitspraak, verwijzingen naar het (deel)thema, verbindingswoorden, hoofdgedachte);

  1.    8 langere teksten, geanalyseerd volgens een vaste procedure met drie leesfasen.

Globale leesfase

  1.    Thema van de tekst.

  2.    Tekstindeling. in inleiding, middenstuk en slot.

  3.    Kernuitspraken van inleiding en slot (na herlezing ervan).

  4.    Hoofdgedachte van de tekst.

II   Intensieve leesfase

  1.    Indeling van het middenstuk in grotere gehelen en het aangeven van de relatie daartussen.

  2.    De kernuitspraken van de alinea's in het middenstuk en relatie

3

tussen de alinea's in het middenstuk.

c.   Vaststelling van de onderlinge hiërarchie van de alinea's.

III   Evaluatiefase

Vaststelling van de tekstsoort, het tekstpatroon, zodat de inhoudelijke relatie van inleiding, middenstuk en slot ten opzichte van elkaar benoemd wordt. De retorische functie van inleiding en slot ten opzichte van de lezer blijft in het programma onbehandeld, maar komt in de colleges uiteraard wel aan de orde.

Het tekstschema bestaat uit de antwoorden op de vragen die per fase gesteld worden.

Er is sprake van een interactieve analyse met afwisseling van top down- en bottomup-aanpak, van globaal en intensief lezen. Daarnaast is er interactie tussen leerling en computerprogramma met directe feedback per gegeven goed of fout antwoord. Doordat er voortgeborduurd wordt op wat er in de 'vooropleidingen en de daar gebruikte schoolmethoden bèhandeld is, ontstaat er geen breuk in de aanpak van teksten, maar wordt die gesystematiseerd.(8) De studenten ervaren die terugkoppeling alleen in het begin van de cursus en dan nog maar gedeeltelijk als een herhaling van bekende stof. Voor de eerstejaars zijn met name het indelen van de tekst en de nadere indeling van het middenstuk, het vaststellen van de alineaverbanden en de hiërarchie van de alinea's ten opzichte van elkaar eerder nieuwe stof dan herhaling van bekende stof, evenals het vaststellen van het teksttype.

De opgenomen teksten zijn vrijwel allemaal bewerkt. Dit is gedaan omdat het tekstmateriaal uit opiniepagina's en weekendbijlagen van de landelijke kranten weliswaar zeer leesbaar is, maar de opbouw ervan vaak onduidelijk, voor verbetering vatbaar. Didactisch heeft het meer zin een systematische aanpak in te oefenen met teksten die 'kloppen' dan om direct te vervallen in uitzonderingen op de regel. In een computerprogramma is het bovendien niet mogelijk allerlei subtiliteiten op het gebied van stijl, vormgeving en betekenis te verwerken. Dat impliceert dus dat het programma de docent allesbehalve overbodig maakt. Het programma ondersteunt de lessen van de docent en slijpt een aanpak in. De noodzakelijke variaties op die aanpak blijven een zaak van de docent. Het doel van het programma is niet meer dan het aanbrengen van systematiek en oefening in de tekstanalyse. Het gebruik van het programma moet ingekaderd zijn in een lessenreeks, waarbij de docent in gewone lessen moeilijke; lange en minder eenduidige teksten voor zijn rekening neemt.

De teksten zijn qua moeilijkheidsgraad zodanig dat de gemiddelde student al snel het nut van een goede en gedegen tekstanalyse inziet. Een belangrijk leermoment in de cursus is ook het stellen van 'tentamen'vragen over een tekst die beantwoord moeten kunnen worden aan de hand van het gemaakte tekstschema. De lengte van de teksten blijft in verband met de grootte van het beeldscherm (± 20 regels tekst) en het gewenste overzicht over de tekst beperkt tot één à twee kantjes A4. In de vormgeving van het programma is er daarom naast een tekstscherm van maximale grootte een vraag- en antwoordscherm. Tussen beide schermen kan met één druk op een functietoets heen en weer geswitcht worden. Vanuit de vraag heeft men steeds zicht op het relevante gedeelte van de tekst. Wij laten één scherm zien:

4

Vragen: 1? Gedaan: 0 Score :

PRIVACY

1 De PTT krijgt steeds meer klachten over de ongekende stroom reclamedrukwerk, die zij dagelijks in de brievenbussen deponeert. Veel Nederlanders hebben op hun brievenbus de mededeling aangebracht dat ze geen engeadresseerd drukwerk wensen te ontvangen. Maar regelmatig negeren de bestellers deze weigering en daarmee komt het voormalige staatsbedrijf in conflict Met de wet.

2 Want als een bewoner op een duidelijk leesbare manier

 

 

 

Vraag : 1

Wat is het THEMA van de tekst?

j1. Privacy en de PTT. 2. Reclamedrukwerk en de PTT. 3. Bezorging van ongewenst drukwerk door de PTT 4. Reclamedrukwerk schendt privacy.

 

Hulp   (F111

 

(Schema (F211

 

(Tekst [F3]

  
   

!Stop Esc]

    

Afbeelding 1 Het vraagscherm komt gedeeltelijk over het tekstscherm heen.

Na het het geven van een antwoord zijn vraag, antwoordmogelijkheden, en feedback op het antwoord in beeld. Het tekstschema dat gaandeweg de analyse ontstaat, is op elk moment vanuit tekst- of vraagscherm oproepbaar, zodat ook op dat vlak interactie aanwezig is, in dit geval tussen tekstschema en tekst en/of vraag.

Het programma houdt per student de resultaten bij. Die resultaten zijn door de docent af te lezen, zodat controle op het te maken 'huiswerk' op een simpele wijze mogelijk is. Bij gebruik van een netwerk kan ook de controle uitbesteed worden aan de server. De grens voldoende - onvoldoende kan door de docent met behulp van het docentenprogramma zelf ingesteld worden.

Door aan het maken van het huiswerk een bonus te verbinden, wordt de student gemotiveerd de oefeningen te maken. Afhankelijk van de wijze waarop het programma in relatie tot een cursus wordt gebruikt, komen de volgende bonussen voor:

  1.    het programma wordt doorlopen voor de start of onafhankelijk van een cursus: het wordt beloond met een 1/2 studiepunt (20 uur studiebelasting);

  2.    het doorlopen hebben van het programma geeft recht op remediale hulp van de docent, indien men (desondanks) zakt voor de eindtoets;

  3.    het doorlopen hebben van het programma levert studenten in twijfelgevallen bij het tentamen een voldoende op: een 5 wordt dan een 6.

Het programma is geschikt voor gebruik in een netwerk op een school, maar kan op school en ook thuis 'stand alone' gebruikt worden. Hierdoor en door het bijhouden

5

van de resultaten is er de mogelijkheid tot differentiatie naar tempo en tot een optimale individualisering en flexibilisering van het leren. Het programma wordt geleverd met een editor, zodat veranderingen in teksten, vragen, antwoorden en feedback mogelijk zijn. Ook eigen teksten kunnen dus ingevoerd worden. Aangezien dit een tijdrovende zaak is, wordt overwogen een tekstenbank op te richten. Het is dan mogelijk uitgeteste oefeningen voor een redelijke vergoeding aan te schaffen. Het bestand aan teksten kan daardoor vrijelijk uitgebreid en actueel gehouden worden.

4 Voorbeeld van een tekstbehandeling

Tot slot volgt hier een gedeelte uit het programma met vragen, antwoorden en feedback bij de tekst 'Privacy'. Aan het eind staat het tekstschema als eindresultaat van de tekstanalyse. Hierna volgende tekst tussen vierkante haken is toelichting mijnerzijds en niet zichtbaar op het scherm.

OPDRACHT

Na globale lezing volgen vragen over thema, tekstindeling, tekstdoel.

II   Na intensieve lezing volgen vragen over middenstuk en structuur.

III   Tot slot volgt de vaststelling van het tekstpatroon.

TEKST

[Het tekstscherm is gevuld met de tekst 'Privacy'. Dit scherm is tijdens de analyse op ieder moment op te roepen met functietoets F3 en er kan in gebladerd worden zoals binnen iedere tekstverwerker.]

PRIVACY

1 De PTT krijgt steeds meer klachten over de ongekende stroom reclamedrukwerk, die zij dagelijks in de brievenbussen deponeert. Veel Nederlanders hebben op hun brievenbus de mededeling aangebracht dat ze geen ongeadresseerd drukwerk wensen te ontvangen. Maar regelmatig negeren de bestellers deze weigering en daarmee komt het voormalige staatsbedrijf in conflict met de wet.

2 Want als een bewoner op een duidelijk leesbare manier aangeeft dat hij geen reclamedrukwerk wenst te ontvangen, dan is inworp in strijd met deze wilsuiting een onrechtmatige daad, een inbreuk op de privacy. Met de bezorging van ongewenst ongeadresseerd drukwerk overtreedt de PTT de wet.

3 In eerste instantie verdedigde de PTT zich bij klachten over ongewenste reclame-inworp met een beroep op de Postwet. Deze wet verplicht de PTT namelijk tot bezorging van poststukken. Wel heeft de geadresseerde het recht om een poststuk, bij de uitreiking of na de ontvangst ervan, te weigeren en te retourneren. Gezien het belang van een betrouwbaar postverkeer is deze wettelijke inperking van het beschikkingsrecht van een brievenbusbezitter wel te rechtvaardigen.

4 Niet te rechtvaardigen is echter een beroep van de PTT op de *Postwet om haar commerciële activiteiten als reclameverspreider te kunnen uitvoeren, tegen de wil van de ontvanger in. De PTT heeft voor ongeadresseerd reclamedrukwerk geen bezorgplicht, dus is elke inworp in strijd met de wilsuiting van de bewoners onrechtmatig.

5 Vervolgens werd door de PTT een ander excuus gezocht om het tij van een toenemend aantal kritische brievenbusbezitters te keren. De PTT ging zich beroepen op de vervoersovereenkomst met de afzender van reclamedrukwerk. Helaas voor de PTT wordt een onrechtmatige daad niet rechtmatig, doordat men zich contractueel heeft verplicht om die daad te verrichten.

6 Anders zou de transporteur van een vrachtwagen met cadmium, die zijn lading kwam storten op de stoep van de Centrale Directie van de PTT, zijn handen in onschuld kunnen wassen als hij zich daarbij kon beroepen op een vervoersovereenkomst tussen hem en een onbekende derde. Een overeenkomst waaraan de ontvanger bovendien part noch deel heeft.

7 De nieuwste tactiek van de PTT in haar strijd tegen de milieubewuste brievenbusbezitter bestaat uit een poging om vormeisen te stellen aan de manier waarop een bewoner aangeeft dat hij geen reclamedrukwerk wil ontvangen. De PTT respecteert alleen de sticker van haar eigen belangenorganisatie van reclameverspreiders: het Direct Marketing Instituut Nederland (DMIN). Men moet zich eerst bij dit instituut laten registreren en vervolgens de door dit instituut voorgeschreven sticker op de bus plakken, voordat de PTT gehoor wil geven aan de wens om geen reclamedrukwerk meer te ontvangen.

8 Hieraan kleven vele bezwaren. Het is immers niet aan de PTT om het onvervreembare beschikkingsrecht van een brievenbusbezitter te clausuleren met haar welgevallige regels van de eigen belangenvereniging van reclameverspreiders. Bij die vereniging moet je je dan ook nog eens laten registreren, niet als lid, maar als slachtoffer van deze organisatie.

9 De enige eis die de PTT kan stellen, is dat de wilsuiting van de brievenbusbezitter duidelijk en goed leesbaar is. Zij stelt echter dat alleen de DMIN-sticker erkend wordt, omdat het bestellend personeel anders wordt geconfronteerd met een te uitgebreid assortiment stickers. Daarmee zet zij de zaak op z'n kop. Als men gedwongen wordt van elke organisatie van reclameverspreiders een door hen goedgekeurde sticker op te plakken, dan verandert dat juist de brievenbus in een onoverzichtelijk oerwoud.

10 Kortom, de PTT heeft geen poot om op te staan. Het wordt tijd dat zij de Nederlandse wet, die haar zo'n lucratieve monopoliepositie heeft bezorgd, leert te respecteren.

(Dick Berts, Volkskrant, 5/2/1992, bewerkt.)

THEMA, TEKSTINDELING, TEKSTDOEL

[Het vraagscherm toont de aan de orde zijnde vraag en de antwoordalternatieven, waarbij het relevante tekstschermgedeelte bovenaan zichtbaar is. Vindt men dat onvoldoende dan kan met functietoets F3 geswitcht worden naar het tekstscherm. De vraag blijft dan onderaan wel zichtbaar, maar de antwoordalternatieven zijn uit zicht.]

[Hieronder een deel van de vragen. Behalve de afgedrukte vragen wordt vijf maal de vraag naar de kernuitspraak van een alinea gesteld, namelijk van de alinea's 1, 2, 10, 3, en 4, in deze volgorde. Van de feedback is alleen de feedback bij het goede antwoord weergegeven. Dit alles in verband met de lengte van dit artikel.]

1   Wat is het THEMA van de tekst?

a   Privacy en de ptt

b   Reclamedrukwerk en de ptt

c   Bezorging van ongewenst drukwerk door de ptt

d   Reclamedrukwerk schendt privacy

c Goede antwoord is c. Van begin tot eind gaat de tekst over het bezorgen van ongewenst drukwerk. Ook figureert de ptt in bijna alle alinea's. Daarom is het thema: Bezorging van ongewenst drukwerk door de ptt.

2   Hoe is de TEKSTINDELING?

a   Inleiding 1, middenstuk 2-9, slot 10

b   Inleiding 1-2, middenstuk 2-10

c   Inleiding 1, middenstuk 2-10

d   Inleiding 1-2, middenstuk 2-9, slot 10

d   Goede antwoord is d. Alinea 1 introduceert het thema, aangevuld door alinea 2. Alinea 10

7

(Kortom ....) sluit het artikel af.

5   Welk VERBAND bestaat tussen alinea 1 en 2?

a   stelling - argument (want)

b   stelling - voorbeeld (bijvoorbeeld)

c   argument - stelling (daarom)

d   oorzaak - gevolg (daardoor)

a   Alinea 2 bevat een duidelijk signaalwoord: WANT ptt overtreedt de wet WANT inbreuk privacy. Goede antwoord: a

Thema en tekstindeling zijn vastgesteld, inleiding en slot zijn samengevat. Geef op basis hiervan de hoofdgedachte.

7   Wat is de HOOFDGEDACHTE? De schrijver

a   betoogt dat de ptt de wet moet gehoorzamen

b   betoogt dat bezorging ongewenst drukwerk onwettig is

c   betoogt dat de ptt met bezorging ongewenst drukwerk de wet overtreedt

d   informeert over de argumentatie van de ptt m.b.t. de bezorging 'van ongewenst drukwerk

c   Het artikel is een betoog waarin de schrijver onder meer zijn mening geeft over de argumenten van de ptt. Het thema moet in de hoofdgedachte voorkomen. Antwoord c voldoet hieraan.

II   ANALYSE MIDDENSTUK

Het middenstuk is een opsomming: al. 3/4 (in eerste instantie); al. 5/6 (vervolgens); al. 7/9 (de nieuwste..). Schematiseer deze drie onderdelen.

10   Welk verband bestaat er tussen alinea 3 en 4?

a   Stelling - voorbeeld (bijvoorbeeld)

b   Stelling - tegenstelling (maar)

c   Stelling - verklaring (want)

d   Stelling - gevolg (daardoor)

b   Signaalwoord in alinea 4: echter. Goede antwoord: b.   Verbinding is:

stelling:   Beroep op Postwet   tegenstelling: MAAR

III TEKSTPATROON

[Ter afsluiting van de tekstanalyse volgt steeds een vraag naar het tekstpatroon, de tekstsoort, die in dit geval achterwege is gelaten. Dit omdat na de vraag naar de hoofdgedachte al duidelijk is dat het hier een betogend tekstpatroon betreft. Een punt van overweging ten aanzien van de definitieve vorm van de tekstbehandeling in het programma is momenteel nog het formuleren van de hoofdgedachte als een zakelijke uitspraak over het thema met weglating van de introductie 'De schrijver informeert/betoogt/beschrijft/zet uiteen .... Een afsluitende vraag naar het tekstpatroon is dan meer op zijn plaats.]

17   Wat voor soort slot is alinea 10?

a   Uitsmijter

b   Samenvatting

c   Conclusie

d   Iets anders

8

c Alinea lijkt op een samenvatting: KORTOM.... Maar in een samenvatting zit een herhaling. Het slot herhaalt niet de voorafgaande argumenten, maar verwijst naar het middenstuk. Goede antwoord: conclusie (DUS).

[Het uiteindelijke tekstschema ziet er als volgt uit.]

 

PRIVACY

THEMA

Bezorging ongewenst drukwerk door ptt. HOOFDGEDACHTE

De schrijver betoogt dat de ptt met de bezorging van ongewenst

drukwerk de wet overtreedt.

STELLING

Bezorging ongewenst drukwerk brengt ptt in conflict met de wet. WANT dit is inbreuk op privacy.

ARGUMENTEN

  1. Ptt beroept zich bij klachten op Postwet. MAAR geen bezorgplicht ongeadresseerd drukwerk.

  2. Ptt beroept zich ten onrechte op overeenkomst met afzender.

  3. Ptt stelt vormvereisten en eist registratie. MAAR het is niet aan ptt om eisen te stellen. WEL mag ptt eisen

dat weigering duidelijk en leesbaar is. CONCLUSIE

Ptt heeft geen argumenten en moet de wet respecteren.

Noten

  1. M.J.E.Verhoeven en A.A.J. van Zoelen, Studievaardigheden en instroomprofielen in het hbo, Leiden, november 1993.

  2. T.Hendriks en H.Hulshof, 'Leesonderwijs verder vorm geven', in Levende Talen 480, 1993, p. 254.

  3. De laatste jaren wordt in deze schooltypes in toenemende mate gewerkt met tekstonafhankelijke vragen en leesstrategieën, maar regel is dat nog niet, zo leren onze ervaringen met eerstejaars.

  4. Verhoeven, o.c. (noot 1): p. 3 en 9.

  5. Het CVEN-rapport. Eindverslag van de Commissie Vernieuwing Eindexamenprogramma's Nederlandse taal en letterkunde v.w.o. en h.a.v.o., p.112-113.

  6. H.Bakker, Interactieve, computerondersteunde leesvaardigheidstraining, in Proceedings Landelijke Studievaardigheden 1993, Leiden 1994.

  7. NEDERCOM-programma's zijn er voor lezen, spelling, formuleren en schrijven. Van ieder programma is er een versie 1 voor de Onderbouw, versie 2 voor de Middenbouw en versie 3 voor de Bovenbouw. De distributie geschiedt door het GCOi, Sixmastraat 2, 8932 PA Leeuwarden, tel. 058 -800500. Demo's van de programma's zijn telefonisch aan te vragen.

  8. O.a.: A.Braet, Taaldaden vwo 2, Groningen, 1991, 3e druk; J.N.E.Thijssen, Omgaan met teksten, Den Bosch, 1991; W.Drop en A.P.J. Vroege, Tekstlijnen, Groningen, 1982.

9

Labels

doelgroep
NT1-leerlingen
domein
leesonderwijs
begrijpend lezen
schrijfonderwijs
land
Nederland
onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
thema
beoordelingsinstrumenten
onderwijsleermateriaal
ICT

Dit artikel is onderdeel van

Onderdeel van

7de Conferentie Het Schoolvak Nederlands · 1993