‘Maatregelen die fruit brengen!’ Een integrale aanpak van taalontwikkeling in een hogere beroepsopleiding

Wilma van der Westen  ·  19de Conferentie Het Schoolvak Nederlands  ·  2005  ·  pagina 115 - 123

`MAATREGELEN DIE FRUIT BRENGEN!'
EEN INTEGRALE AANPAK VAN TAALONTWIKKELING IN EEN
HOGERE BEROEPSOPLEIDING

Wilma van der Westen

Inleiding

Spreek met docenten uit het hoger onderwijs en je hoort dat de taalvaardigheid van studenten ernstig tekort schiet. Opleidingen die de taalvaardigheid van hun studenten willen verbeteren, besteden vaak extra aandacht aan taalvaardigheid in de vorm van een extra taalcursus of taalondersteuning 'in de marge' van een beroepsopleiding, vanuit de optiek dat er sprake is van een (taal)deficiëntie. De reparatie vindt plaats in de zijlijn van het curriculum en zet nauwelijks zoden aan de dijk: is het ene taalgat gedicht, komt het volgende al weer in zicht. Voor een duurzame verbetering van de taalvaardigheid van studenten is meer nodig.

Voorjaar 2004 schetste ik de eerste contouren van een model voor de integrale aanpak van taalvaardigheidsontwikkeling in een hogere beroepsopleiding. Vrij snel hierna werd ik adviseur bij een project Verbetering Taalvaardigheid' bij de opleiding Bestuurskunde / Overheidsmanagement. In dat project is het model, met enige aanpassing, ingevoerd en verder uitgewerkt.

In deze bijdrage laat ik zien hoe het model in elkaar steekt en welke stappen een opleiding kan zetten om de taalbeheersing en taalontwikkeling van studenten serieus ter hand te nemen. Doel van het model is dat de student bij afstuderen beschikt over voldoende taalvaardigheid als beginnende beroepsbeoefenaar, de (taal)competenties voor het beroep bezit en bovendien een succesvolle (leer)vaardigheid en -houding heeft voor verdere taalontwikkeling.

Hoe stel je taaldoelen en inhouden vast? Op welke wijze kan een vakdocent taalontwikkelend lesgeven? Hoe laat je vakdocenten de taal (mee)beoordelen? Dit zijn vragen waar we in het kader van dit model mee aan de slag zijn gegaan. In dit artikel kan ik slechts een kort overzicht van het model zelf geven.

Het model is inzetbaar in elke (beroeps)opleiding. Ik ga in deze bijdrage uit van een Nederlandstalige opleidingscontext, het model geldt ook voor Engelstalige opleidingen, waarbij dan de Engelse taalvaardigheidsontwikkeling centraal staat.

'Maatregelen die fruit brengen!' - Wilma van der Westen 1115

1 Veranderende studentenpopulatie

De instroom van het hoger onderwijs is divers geworden: studenten met een havo- of vwo-diploma, met een mbo-diploma, met een buitenlands of internationaal diploma en studenten die via een EVC-procedure 2 of toelatingsonderzoek (of colloquium doctum) instromen. De tijd dat de Nederlandse taal in het onderwijs de gemeenschappelijke moedertaal van docent en student is, ligt ver achter ons. Een fors groeiende groep studenten heeft een meertalige achtergrond. Niet altijd is het Nederlands voor hen de meest dominante taal. Een kleine groep studenten heeft een NT2-achtergrond, zij zijn nog maar kort in Nederland en nog bezig de taal te verwerven. Studenten met een mbo-achtergrond missen over het algemeen de abstracte, schriftelijke of zakelijke taal nodig binnen een hbo-opleiding of behorend bij hbo-werk- en denkniveau.

Een opleiding in het hoger onderwijs kan zich niet langer permitteren geen aandacht te besteden aan de taalontwikkeling van de studenten. Bij het afstuderen, maar ook voor het vinden van een stage- of (leer)arbeidsplaats, zijn een passend niveau van taalvaardigheid en passend taalgedrag een vereiste. De ene student ontwikkelt zijn taalvaardigheid op een natuurlijke en vanzelfsprekende manier tot het vereiste eindniveau. Bij de andere student, en dit type komt in de praktijk vaker voor, gaat de taalontwikkeling niet vanzelf en zal de opleiding iets moeten doen om de student de eindstreep te laten halen. Dat kan door zo'n student de mogelijkheid te bieden zijn taalvaardigheid verder te ontwikkelen, liever dan de student voortdurend af te rekenen op een gebrekkige taalvaardigheid. Het gaat hier niet alleen om de meertalige student, ook om een student met een mbo-achtergrond, een student met dyslexie of de havist met Nederlands als moedertaal.

2 Voorgeschiedenis

De Haagse Hogeschool heeft al ruim tien jaar ervaring met een model voor Ondersteunend Onderwijs Nederlands (Van der Westen 2003). Middels dit model wordt de taalvaardigheid van studenten van verschillende hbo-opleidingen in de propedeutische fase op een zeker minimumniveau gebracht. Door de nadruk te leggen op taalleerstrategieën en door een procesmatige benadering met veel aandacht voor leren leren, krijgt de (voortgezette) taalverwerving een extra impuls. 3

Deze aanpak levert goede resultaten op. Studenten ervaren de aanpak als zinvol en stimulerend. Ze blijken ook wanneer ze een periode geen gerichte ondersteuning krijgen toch hun taalvaardigheid te ontwikkelen mede dankzij de aandacht die is besteed aan taalleerstrategieën en leren leren. Voor de hogeschool kan een dergelijke succesvolle aanpak fungeren als `selling point'.

Dit model is echter ontoereikend om ervoor te zorgen dat elke student succesvol en zonder vertraging afstudeert en beschikt over een voldoende taalvaardigheid als star-

116 I 'Maatregelen die fruit brengen!' - Wilma van der Westen

ter in het werkveld. Natuurlijk zou een student meerdere perioden of blokken gecoacht kunnen worden, maar de meeste opleidingen willen en kunnen geen middelen uittrekken voor een uitgebreid parallel taaltraject.

Opleidingen zijn veelal nog ingericht in modulen, projecten, stages, studiepunten, studielast en meestal niet in een vorm waardoor elke student zijn eigen leertraject kan inrichten op basis van de eigen leerdoelen. Andere opleidingen zien het Ondersteunend Onderwijs Nederlands zoals wij dat hebben ingericht niet direct als begeleiding van een leerproces. Het wordt al gauw beschouwd als een eenmalige module. Als een student langer begeleiding en coaching nodig heeft, wordt dat soms ten onrechte gezien als de vraag om 'nog een keer dezelfde module te volgen'. Uiteraard speelt ook mee hoe de financiering van de taalondersteuning geregeld is. Het Ondersteunend Onderwijs, zoals dat bij ons op de hogeschool is vormgegeven moet zich sinds drie jaar financieel zelf bedruipen. De opleiding krijgt dan jaarlijks letterlijk de rekening gepresenteerd.

3 Een zaak van de opleiding

De meeste opleidingen die iets willen doen aan de taalvaardigheid van studenten denken vanuit moedertaalonderwijs: de student of leerling beheerst de taal al en leert hoe hij het best een zakelijke brief of een beleidsnotitie kan schrijven. Een duidelijke instructie of uitleg en een paar keer oefenen wordt dan veelal als toereikend beschouwd. Maar het is iets heel anders om een student met een zeer beperkte woordenschat Nederlands (gezien het domein of het niveau van een opleiding in het hoger onderwijs), die zwak is in formuleren en onvoldoende abstracte taal tot zijn beschikking heeft, te begeleiden in het verwerven van de taal.

Veel studenten verkeren buiten de studie in een (talige) omgeving die ver afstaat van die van het hoger onderwijs en de uiteindelijke beroepsuitoefening. Wanneer een student de eerste uit het gezin of de familie is die naar het hoger onderwijs gaat, is de kloof des te groter. Het probleem is namelijk niet alleen de taal. Laatst vroegen studenten Bestuurskunde / Overheidsmanagement mij om een workshop te geven op een door hen te organiseren conferentie, een studieopdracht. Tijdens het gesprek bleek dat ze niet wisten wat een conferentiemap of –bundel is en dat zijzelf nooit een conferentie hadden bijgewoond.

Als je vanuit dit oogpunt de verschillende (taal)taken en opdrachten van een opleiding beziet, merk je hoeveel we als bekend veronderstellen. Een agenda voor een vergadering is heel iets anders dan een lijstje vergaderdata. Maar hoe kun je notulen, een plan van aanpak, een adviesnota of een aanbesteding schrijven, als je er nog nooit een gezien hebt, niet snapt welke functie zo'n tekst heeft en alleen een opdrachtformulering hebt? Hoe kun je je bekwamen in het schrijven van zakelijke brieven of projectplannen met slechts de (middelmatige) producten van medestudenten tot je beschikking en geen voorbeelden om je aan af te meten of aan op te trekken?

'Maatregelen die fruit brengen!' - Wilma van der Westen 1117

Taalontwikkeling en taalverwerving zijn processen van lange adem. Programma's voor taalontwikkeling zijn programma's van jaren. Opleidingen realiseren zich nauwelijks hoe veelomvattend taal, taalgebruik en taalgedrag zijn en hoe verweven taal en denken zijn. Geen enkele taaldocent kan in een enkele module de taalkennis en -vaardigheid van studenten, laat staan het taalgebruik en taalgedrag, op een voldoende niveau brengen. Daarvoor is de inzet van de hele opleiding met al haar docenten, mentoren, studieloopbaanbegeleiders en overige medewerkers nodig: een integrale en duurzame aanpak.

4 Het model

Het model voor een integrale aanpak van taalontwikkeling in een beroepsopleiding is opgezet vanuit het motto: creëer een taalleerproces van vier jaar. Vier jaar studeren is ook vier jaar actief taal leren. In alle facetten van de opleiding wordt actief aandacht besteed aan de taalontwikkeling. In onderstaand model zijn deze facetten in beeld gebracht.

Competenties voor het beroep

 
  

1b

Corpus van vakteksten (mondeling en schriftelijk)

la

Taalcompetenties voor het beroep

 
  
 

Taal-

Studieloop-

Toetsbeleid

Ondersteunend

Individuele

ontwikkelend

baanbegelei-

 

Onderwijs

taal-

lesgeven

ding

(inclusief

digitaal

taalportfolio)

 

Nederlands

ondersteu-

ning

of

taal-

begeleiding

Figuur 1

Het model voor een integrale aanpak van taalontwikkeling binnen een hogere beroepsopleiding

Van belang is taalvaardigheidsontwikkeling en taalverwerving breed op te vatten. Als je taal te smal opvat (spelling, grammatica, formuleren) zullen de interventies in de opleiding en hiermee ook de effecten beperkt en veelal ontoereikend zijn. Het gaat niet om de juiste spelling (alleen), maar om succesvol taalgedrag. Om een goed beeld

118 l 'Maatregelen die fruit brengen!' - Wilma van der Westen

te krijgen van het eindniveau kan een groep docenten van de opleiding, onder begeleiding van een deskundige de volgende twee stappen zetten. Het is raadzaam om ook een werkveldcommissie en alumnivereniging hier een rol in te laten spelen.

Stap 1: Expliciteer de taalcompetenties

Neem als uitgangspunt de competenties voor het beroep, de einddoelen van de (beroeps)opleiding, en expliciteer per competentie welke (impliciete) eisen worden gesteld aan de taalvaardigheid en het taalgedrag van een beginnende beroepsbeoefenaar.

Stap 2: Stel een corpus van vakteksten samen

Stel een corpus samen van vakteksten (mondelinge en schriftelijke tekstsoorten). Bevraag hiervoor de opleidingsdocenten, met name de docenten uit het werkveld, stagiaires en werkende studenten of alumni. Zorg dat dit corpus actueel blijft en bekend en toegankelijk is (zet hiertoe Blackboard en de bibliotheek in).

Stap 3: Creëer een taalleerproces van vier jaar.

Om te bereiken dat een student vanaf het begin tot het eind van zijn opleiding actief bezig is met (taal)leren, zal een opleiding zeker drie jaar de opleiding hierop aan moeten passen. Voorzie in die periode docenten van voldoende scholing en besteed ruime aandacht aan de ervaringen van zowel studenten als docenten.

Het resultaat van drie jaar investeren en ontwikkelen is een opleiding die haar studenten een taalrijke context biedt, met ruimte en aandacht voor de kritische factoren van een succesvolle taalverwerving:

  • veel contact met de doeltaal;

  • een hoge kwaliteit van de input;

  • hoge eisen aan het taalgebruik;

  • een constante feedback;

  • een hoge kwaliteit van de feedback.

Elke onderwijs- of leeractiviteit moet hiervan doordrenkt zijn. Als een opleiding dat realiseert zal het taalverwervingsproces van leerlingen met taalproblemen enorm worden gestimuleerd en versneld.

Ik zal in het navolgende kort schetsen op welke terreinen van het curriculum de taalontwikkeling vorm kan krijgen. In figuur 1 is het curriculum van een opleiding in vijf kolommen onderverdeeld die elk een bepaald deel van het curriculum weergeven.

Kolom 1: Taalontwikkelend lesgeven

Het accent op taalontwikkelend lesgeven

In dit model ligt het accent op taalontwikkelend lesgeven. Dat is de motor of het centrum. Daar begint het taalleren en taal verwerven.

'Maatregelen die fruit brengen!' - Wilma van der Westen 1 119

Om uit te leggen wat de essentie is van taalontwikkelend lesgeven, neem ik altijd het voorbeeld van een speelfilm in een vreemde taal. Stel je de situatie voor waarin je een film ziet in een taal die je wel redelijk beheerst maar niet voldoende machtig bent. In mijn geval zou dat een Italiaanse film zijn. Voor een Italiaanse film, zonder ondertiteling, zal ik alle zeilen moeten bijzetten. Na afloop van de film zal ik de grote lijn doorhebben, ik heb de film kunnen volgen, ik snap de plot. Ik kan echter geen enkel nieuw woord terughalen. Ik heb zeker honderden nieuwe woorden gehoord, maar niet opgepikt. Om uit een dergelijk input nieuwe woorden te leren, zal ik op een andere manier moeten luisteren.

Het belangrijkste doel van taalontwikkelend lesgeven, is een actieve studiehouding waarmee de student zelf zijn taalverwerving ter hand neemt en zodoende zijn taal tot een hoger niveau brengt. Taalontwikkelend lesgeven is in deze context een manier van lesgeven (of begeleiden, coachen) waarin de docent (of begeleider, coach) nadrukkelijk een rol heeft in het stimuleren en begeleiden van het proces van taalontwikkeling van de student(en).

Bekeken moet worden of de input toereikend is. Wordt wel in voldoende mate aangeboden wat de student aan het eind van de rit moet beheersen? Als een student alleen een boek krijgt over intakegesprekken, waar leert of verwerft hij dan de taal die hij nodig heeft om die gesprekken te voeren? Op deze manier het curriculum vergelijken met de opbrengsten uit stap 1, laat vaak goed zien waar de lacunes liggen. Die hoeven niet altijd met lessen of onderwijsactiviteiten opgevuld te worden. Het kan ook door, om in het voorbeeld te blijven, een serie intakegesprekken ter beschikking te stellen waarmee de student zelf die taalmiddelen kan verwerven die hij nodig heeft bij oefening, assessment of toets.

In dit stadium van de ontwikkeling worden vakdocenten, begeleiders, coaches en studieloopbaanbegeleiders, etcetera, geschoold en gecoacht om te leren taalontwikkelend les te geven. Dat werkt het prettigst in de vorm van workshops in kleine (docenten)groepen op basis van concrete praktijksituaties. De opdracht luidt: neem de les die je morgen gaat verzorgen en pas die zodanig aan dat er bij de studenten taalontwikkeling ontstaat.

Kolom 2: Studieloopbaanbegeleiding

Zicht op product en proces

Bij taalontwikkelend onderwijs hoort dat in de studieloopbaanbegeleiding de taalontwikkeling van de student wordt gevolgd. In de bijeenkomsten, de gesprekken tussen de studieloopbaanbegeleider en de student wordt uitgebreid stilgestaan bij de (taal)ontwikkeling van de student. De studieloopbaanbegeleider bevraagt de student zowel op product (Wat heb je gedaan? Met welk resultaat?) als proces (Wat ging er goed? Wat niet? Waar moet je aan werken? Wat zijn je (taal)leerdoelen voor de komende tijd?).

120 I 'Maatregelen die fruit brengen!' - Wilma van der Westen

Een ontwikkelingsgericht digitaal taalportfolio staat centraal in de studieloopbaanbegeleiding, een portfolio dat zowel bestaat uit mondelinge (filmpjes) als uit schriftelijke teksten van de student: de bewijzen of de documenten. Daarnaast is er het ontwikkelingsgerichte deel waarin het taalleerproces en de leervorderingen worden vastgelegd. Hierin kunnen schrijfproducten in verschillende stadia worden opgenomen: de eerste versie, feedback, herziene versie. Die laten zien of de student zijn eigen tekst, met inzet van diverse hulpmiddelen, tot een voldoende resultaat kan herschrijven. De student kan laten zien wat zijn leervermogen is, hoe zijn taakaanpak en motivatie is, of en hoe hij in staat is zijn eigen taalleerproces vorm te geven.

Kolom 3: Toetsbeleid

Een taalleerproces is geen taalcontroleerproces.

Een toetsbeleid omvat alles wat nodig is om de taalvorderingen van de student op een competentiegerichte wijze te volgen en te meten. Vaak hoeven dit geen aparte toetsen te zijn, maar kunnen bestaande toetsen aangepast worden. In het project bij de opleiding Bestuurskunde / Overheidsmanagement hebben we beoordelingscriteria ontwikkeld waarmee vakdocenten de producten van de student globaal op taal en talig handelen kunnen beoordelen. Is de taal onder de maat, dan kan de student naar de individuele taalbegeleiding waar bekeken kan worden aan welke punten hij verder moet werken.

Uitgangspunt voor het inrichten van een toetsbeleid van een (beroeps)opleiding is dat datgene gemeten wordt dat ook daadwerkelijk geleerd is. Als een opleiding opdrachten op taal beoordeelt, zonder dat er in het leerproces aandacht is besteed aan taalontwikkeling, is dat strijdig met de basisbeginselen van onderwijs: de leerder krijgt de gelegenheid te leren. En die ontwikkeling of het resultaat ervan wordt getoetst.

Kolom 4: Ondersteunend Onderwijs Nederlands

Extra aandacht voor taal en taalverwerving

Om het taalleerproces op gang te brengen en om studenten zicht te geven op eigen kunnen, is expliciete aandacht nodig voor leren (taal)leren. Dat kan in de propedeusefase. Van belang is dat de student zelf de regie in handen neemt. Onze ervaring is dat dit een behoorlijke deskundigheid én doorzettingsvérmogen van de docent als begeleider vraagt. De student heeft meestal niet geleerd de eigen taalvaardigheid te beoordelen, de weerstand is vaak groot: "Ik ben niet goed in taal, dan zie ik mijn eigen fouten toch niet".

Een opleiding kan alle nieuwe studenten een startmodule bieden en als vervolg hierop extra aandacht aan de verdere taalvaardigheidsontwikkeling besteden voor studenten die dit nodig hebben. Een andere mogelijkheid is om een instaptoets Nederlands af te nemen en de taalbegeleiding alleen in te zetten voor de studenten met een onvoldoende taalvaardigheid.

'Maatregelen die fruit brengen!' - Wilma van der Westen 1 121

Kolom 5: Individuele taalondersteuning of taalbegeleiding

Zinvolle feedback, geen taalcorrectieservice

Een opleiding ontkomt er niet aan om individuele taalbegeleiding te bieden aan de student die op een bepaald moment vastloopt. Gebeurt dat niet, dan zoekt de student wel iemand in de eigen omgeving die de teksten nakijkt en verbetert. Een buurman, een bijlesdocent, een vroegere docent Nederlands, de ouders. Als docent weet je niet wie je beoordeelt, wat is er van een bepaalde tekst nog van de student zelf? Met individuele taalbegeleiding (in het project bij Bestuurskunde / Overheidsmanagement hebben ze dit 'de Taallounge' genoemd) is de kans reëler dat de student zijn eigen teksten aanlevert.

Ook de individuele begeleiding van studenten zou zoveel mogelijk moeten bestaan uit leren met en van elkaar. Vorm zoveel mogelijk groepjes of koppels en laat de verantwoordelijkheid voor het (taal)leerproces bij de student. Organiseer in geen geval een soort taalcorrectieservice. Daar wordt een student over het algemeen `taallui' van en leert hij maar bedroevend weinig. Leg ook bij het geven van individuele feedback de nadruk op het (taal)leerproces.

5 Tot slot

In dit artikel kan ik helaas niet dieper op de verschillende aspecten van ons model ingaan. Ik hoop dat ik opleidingen en docenten zicht heb gegeven op de noodzaak van een integrale aanpak van taalvaardigheidsontwikkeling van studenten en een beeld van een bruikbaar model om dat te doen. Voor een handvat om ermee aan de slag te gaan, is deze bijdrage te beknopt.

Degene die dit model gaat invoeren heeft een ruime kennis van taalontwikkeling en taalverwerving nodig. De deskundigheid van (moeder)taaldocent of programmatisch docent Nederlands als tweede taal alleen volstaat niet.

Literatuur

Westen, W. van der (2002), Goed geschreven, Zakelijk schrijven binnen opleiding en beroep. Bussum: Coutinho.

Westen, W. van der (2002), Goed geschreven, Zakelijk schrijven binnen opleiding en beroep, de docentenhandleiding, het achtergrondartikel, het portfolio, de naslagwerken, (http://www.coutinho.nl/ondersteun3128) .

Westen, W. van der (2003), 'Ondersteunend Onderwijs Nederlands: het perspectief op een goede taalvaardigheid'. In: A. Mottart (red), Retoriek en praktijk van het schoolvak Nederlands 2002, Gent: Academia Press, p. 207-219.

122 I 'Maatregelen die fruit brengen!' - Wilma van der Westen

Westen, W. van der (2005), Welgespeld, werkwoordspelling voor hoger onderwijs. Bussum: Coutinho.

Noten

Dit project stond onder leiding van Juliette Santegoeds, de projectmedewerkers waren Arend Jan Bolhuis en Pim Wehrmann.

2 Een EVC-procedure is een toelatingsprocedure waarin middels het meten en beoordelen van de eerder of elders verworven competenties (EVC's) bepaald wordt in welke fase van de opleiding de student geplaatst wordt en / of welk traject de student gaat volgen.

3 Het Ondersteunend Onderwijs Nederlands bestaat uit een Instaptoets Nederlands, modulen Zakelijk schrijven binnen opleiding en beroep, facultatieve spellingslessen. Daarnaast zijn er mogelijkheden voor individuele taalbegeleiding en voor begeleiding op het terrein van spreekvaardigheid, Spreekvaardigheid op maat'. In het kader van vergroting van het studierendement is er een aanbod 'Taal & studievaardigheden'. Via contractonderwijs worden ook beroepskrachten begeleid en geschoold. Tevens is er een aanbod voor medewerkers van de hogeschool die hun taalvaardigheid willen verbeteren. De onderdelen Zakelijk schrijven en de facultatieve spellingslessen van Ondersteunend Onderwijs Nederlands, staan beschreven in de literatuurlijst.

'Maatregelen die fruit brengen!' - Wilma van der Westen 1123

Labels

doelgroep
NT1-leerlingen
land
Nederland
thema
onderwijsleeractiviteiten

Dit artikel is onderdeel van

Onderdeel van

19de Conferentie Het Schoolvak Nederlands · 2005