Geintegreerd werken met ‘informatieve’ tv-programma’s

Bart Vandenberghe  ·  22ste Conferentie Het Schoolvak Nederlands  ·  2008  ·  pagina 269 - 275

Download artikel

Recognized HTML document

8. Taalbeschouwing

gevallen treffen we immers vaak taalconstructies aan die zich meer op de grens of de overgang tussen twee categorieën bevinden. De algemene doelstelling van onze benadering is niet dat de student zou leren om een vooraf gedefinieerd begrippenapparaat mechanisch toe te passen, maar dat hij/zij zou leren om op basis van eigen kennis en observaties tot een genuanceerde en beredeneerde analyse te komen.

Ronde 5

Bart Vandenberghe

Koninklijk Atheneum, Mortsel

Contact: bart.vandenberghe10@telenet.be

Geïntegreerd werken met ‘informatieve’ tv-programma’s

  1. Inleiding

De manier waarop informatie op tv gepresenteerd wordt, verschaft de leerkracht Nederlands bijzonder boeiend lesmateriaal. Daarbij kunnen taalbeschouwing en de verschillende vaardigheden op een geïntegreerde manier aan bod komen. Eerst gaan we in op infotainment. Vervolgens staan we stil bij realiteitstelevisie.

 
  1. Te lichte straf voor doodrijder

 

Op de Vlaamse commerciële zender vtm loopt al jaren het informatieve programma ‘Telefacts’. Volgens mijn aso-leerlingen is vtm zelfs daar uit op sensatie, maar als je vraagt waarom, hebben ze het uitsluitend over de keuze van de onderwerpen en de headlines. Vandaar ook deze les. Deze vormt trouwens een onderdeel van een reeks – verspreid over het hele schooljaar – waarin aandacht wordt besteed aan argumenteren en (taal)manipulatie.

 

Een reportage die ik in het vijfde jaar van het secundair onderwijs gebruik, gaat over een jongeman die ’s nachts vlakbij een discotheek twee jonge vrouwen heeft doodgereden. Zijn straf in beroep: 6 maanden cel en een rijverbod van 2 jaar. Hoe ga ik hiermee te werk? De leerlingen krijgen enkele vragen die het pure tekstbegrip testen, maar de belangrijkste vraag voor mij is: waaraan kun je merken dat het in ‘Telefacts’ niet enkel gaat om informatie? In essentie aan de volgende zaken:

8

269

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

a. Personaliseren, geen veralgemening of duiding

  • het gaat over dit ene geval, om het verhaal van de slachtoffers;

  • er is geen specialist aan het woord die een algemener beeld geeft.

b. Accent op emoties

  • gebruik van dreigende muziek bij de beelden van de graven;

  • de hevige reactie van de ouders bij het proces. Een vader roept bijvoorbeeld: “Junkie, doodrijder, moordenaar, druggebruiker ...” (= emotionele taal, dysfemismen);

  • de ouders op de plek van het ongeval;

  • een moeder zegt dat twee honden of twee meisjes doodrijden voor de rechtbank blijkbaar hetzelfde is.

c. Eenvoudige en duidelijke boodschap

  • uit de titel blijkt meteen de boodschap: ‘Te lichte straf voor doodrijder’ (zonder vraagteken). Deze wordt in de introductie nog beklemtoond;

  • eenvoudige taal;

  • veel herhalingen:

  1. de kruisbeelden naast de weg worden zeker viermaal getoond;

  2. dat de doodrijder alcohol en drugs gebruikt, wordt zeker vijf keer gezegd.

Zoals te verwachten was, gaven de leerlingen vrij veel goede voorbeelden, maar de algemene principes kwamen er pas na wat doorvragen. Om die reden zou je kunnen overwegen om de vraag wat gemakkelijker te maken, bijvoorbeeld als volgt: “In ‘Telefacts’ gaat het niet enkel om informatie. Dat blijkt uit het feit dat er geen veralgemening is, het accent op de emoties valt en de boodschap op een eenvoudige en heel duidelijke manier wordt gepresenteerd. Leg uit met voorbeelden.” Persoonlijk verkies ik in het 5e jaar wel de open vraag, maar misschien moet ik mijn leerlingen eerst even in groepjes laten werken.

270

Recognized HTML document

8. Taalbeschouwing

Aansluitend volgde een debat. De opdracht:

De klas wordt in groepjes van drie verdeeld, die straks met elkaar debatteren. Elke groep moet zowel de stelling kunnen verdedigen als aanvallen. Het lot zal bepalen of je pro dan wel contra bent. Bereid je nu voor (max. 15 minuten).

- bepaal wie welke stelling krijgt.

- brainstorm over elke stelling. Je kunt dit samen doen of eerst individueel en dan samen.

De stellingen:

  1. doodrijders moeten zwaarder gestraft worden.

  2. om weekendongevallen te vermijden, moeten er strikte sluitingstijden zijn voor dancings e.d. en strengere alcoholcontroles.

  3. vtm is een minderwaardige tv-zender.

In een vroegere les hadden de leerlingen al een schema moeten maken van de argumenten, tegenargumenten en subargumenten in enkele teksten.

 

De leerlingen die niet debatteerden, evalueerden het gesprek. De opdracht:

 

Per groep moet iedereen één stelling beoordelen, zowel de deelnemers die pro als contra zijn. Verdeel dus de evaluatietaak binnen jouw groep.

  1. De inhoud

- wie komt het meest overtuigend over? Waarom?

- wie heeft de beste argumenten? Waarom?

- komen er redeneerfouten of manipulerende argumenten voor? Welke?

 
  1. De manier van praten

- wie praat het meest overtuigend?

- wie praat het vlotst?

- wie praat het beste Nederlands?

- wie houdt zich het best aan de regels van het debat?

 

  1. Wie is volgens jou de winnaar? Waarom?

 

  1. Wanneer iedereen gedebatteerd heeft: welke groep is de eindwinnaar? Waarom?

8

Aan dit thema kunnen nog heel wat andere activiteiten gekoppeld worden. Ik heb gekozen voor een opzoektaak op het internet in verband met het verkeersreglement en

 

271

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

de verkeersveiligheid. De leerlingen moesten bovendien een aanrijdingsformulier invullen, waarbij gereflecteerd werd op juridische taal. Nog enkele mogelijkheden:

  • schrijf een klacht naar een overheidsinstantie in verband met een gevaarlijke verkeerssituatie.

  • maak per twee een verslag van een ongeval of een tv-reportage in twee verschillende stijlen, neutraal en sensationeel.

  • verbeter enkele zinnen met barbarismen (bv. ‘garagist’, ‘moto’, ‘perte totale’, ‘rondpunt’ en ‘signalisatie’) met behulp van een AN-woordenboek (of een uittreksels eruit).

3. Vrijspraak?

In het zesde jaar aso ga ik nog een stapje verder door twee informatieve programma’s te vergelijken. Een paar jaar geleden werd een man vrijgesproken die zijn vrouw in een woedebui had vermoord. Hij en zijn advocaat, de beroemde pleiter Jef Vermassen, werden in ‘Telefacts’ gevolgd tijdens het proces. Acht dagen later werd de familie van het slachtoffer in het vrt-programma ‘Koppen’ geïnterviewd. Er werd onder meer vertelde over de technieken die Vermassen had gebruikt om zijn cliënt vrij te krijgen.

De leerlingen bekijken beide programma’s na elkaar en krijgen telkens vragen die hun tekstbegrip testen, maar ook focussen op de argumentatie. In die zin sluit deze les aan bij een andere les over het onderkennen van rationele en psychologische drogredenen. Enkele van de gestelde vragen waren de volgende:

a. ‘Telefacts’

  • het gesprek tussen Eddy Van Steen en zijn vrouw vormt de basis van de argumentatie van Jef Vermassen. Daarin zijn in totaal zes zaken die samen zijn stelling moeten ondersteunen. Geef er vier van met de nodige subargumenten.

  • daarnaast worden nog drie andere argumenten gegeven voor vrijspraak. Geef er één van met de subargumentatie.

  • ben je het eens met de uitspraak van de rechter en de argumentatie van de verdediging? Waarom (niet)?

  • er wordt ook even gesproken over de rol van de media. Wat werd er precies gezegd? Wat vind jij daarvan?

b. ‘Koppen’

  • de aanwezigheid van Jef Vermassen op het proces was cruciaal. Waardoor? Welke middelen of trucs gebruikte hij om ervoor te zorgen dat zijn cliënt werd vrijgespro-

2 72

Recognized HTML document

8. Taalbeschouwing

ken? Geef er vier met de nodige subargumenten.

  • welk van beide tv-programma’s vind je het beste? Waarom?

Bij het beantwoorden van de laatste vraag kwamen gelijkaardige aspecten aan bod als bij het programma over de doodrijder. Aansluitend volgde een debat tussen voor- en tegenstanders van de vrijspraak. De leerlingen moesten daarvoor een aantal krantenartikels doornemen, die ze eveneens konden gebruiken voor het schrijven van een opiniestuk naar aanleiding van dit proces (schrijfdossier). Het thema: ‘Een goede straf is een strenge straf’.

Goed videomateriaal vinden is zeker een kwestie van wat geluk hebben, maar eenzelfde aanpak is eveneens mogelijk met krantenartikels. Zo waren er grote verschillen in de manier waarop de diverse kranten rapporteerden over de zaak Josef Fritzl, de man die zijn dochter Elisabeth 24 jaar in de kelder opsloot en bij haar zeven kinderen verwekte.

4. Toast Kannibaal

‘Toast Kannibaal’ (in Nederland: ‘Groeten uit de rimboe’) is een realiteitsprogramma op vtm waarbij drie families gedurende enkele weken gedropt worden bij een zogenaamde primitieve stam. Vooraf weten ze niet waar ze precies terecht zullen komen. Tijdens hun verblijf zijn er allerlei praktische problemen die te wijten zijn aan het feit dat ze een andere taal spreken en geconfronteerd worden met een totaal andere omgeving en cultuur. Dat leidt vaak tot misverstanden en hevige emoties, soms zelfs ruzies, maar er ontstaat bijna altijd ook vriendschap en een toenemend begrip voor elkaar.

 

Wat kun je met zo’n programma nu doen? Enkele mogelijkheden:

 

a. Communicatiestoornissen (ruis)

 

De leerlingen bekijken één of meer fragmenten en beantwoorden de volgende vragen:

 

  • zou jij in zo’n omgeving kunnen overleven? Waarom (niet)?

  • welke concrete problemen doen zich voor? Hoe zijn ze te verklaren? Welke hebben te maken met taal?

  • zijn er stukken die je grappig vindt? Welke?

  • zijn er ook stukken die je ergeren? Waarom?

 

b. Interculturele communicatie

 

Vooraf wordt een tekst besproken waarin het interculturele model van Geert Hofstede besproken wordt.

8

273

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

Enkele mogelijkheden:

  • na de voorstelling van de personages en de plek waar ze naartoe gaan: hoe zullen deze mensen volgens jou in die situatie reageren? Wie past zich het best aan? Waarom?

  • hoe zou jij reageren?

  • welke concrete interculturele verschillen stel je vast? Leg uit.

  • probeer deze in te passen in het schema van Geert Hofstede.

c. Argumenteren (aansluitend bij a en of b)

  • in de media zijn artikels verschenen waarin deze tv-reeks scherp op de korrel genomen werd. Welke redenen zou dat kunnen hebben?

  • neem enkele van deze artikels door en verzamel argumenten pro en contra. Zorg ook voor de nodige subargumenten.

Ter informatie: enkele voorbeelden van zulke teksten zijn te vinden op http://www.kennislink.nl (via het zoekwoord ‘Himba’s’).

  • aansluitend wordt een debat gevoerd pro en contra dit programma en realiteitstelevisie in het algemeen, eventueel aan de hand van stellingen (cf. punt 1).

  • de leerlingen schrijven een lezersbrief of opiniestuk naar een krant over dit onderwerp.

- een alternatief: een creatieve schrijftaak. Je verblijft bij één van de stammen. Schrijf enkele stukken uit jouw (fictief) dagboek, bijvoorbeeld de aankomst, je indrukken na de eerste week en het afscheid.

Het is de bedoeling om dit schooljaar gebruik te maken van de reeks ‘Toast Kannibaal’ in het vijfde jaar. De lessen zouden dan aansluiten bij een bezoek aan het museum voor Midden-Afrika in Tervuren en aan het Tropenmuseum in Amsterdam. Parallel hiermee wordt in de lessen literatuur onderzocht welk beeld we krijgen van Congo in bijvoorbeeld Gangreen 2 (Jef Geeraerts) en Kuifje in Afrika (Hergé) . Daarbij wordt eveneens aandacht besteed aan stereotypen in de taal, aan taalhumor, aan het gebruik van eufemismen en aan vulgaire taal. Vooraf krijgen de leerlingen een pakketje teksten over de koloniale geschiedenis van Congo, dat ze intensief moeten doornemen

5. Ter informatie

Wie veel grondiger wil ingaan op de manier waarop de wereld op tv in beeld wordt gebracht, kan hiervoor terecht in de volgende boeken:

  • Van Ginneken, J. (1996). De schepping van de wereld in het nieuws. De 101 vertekeningen die elk 1 procent verschil maken. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.

274

Recognized HTML document

8. Taalbeschouwing

• Van Ginneken, J. (2000). Verborgen verleiders. Hoe de media je sturen. Amsterdam: Uitgeverij Boom.

Ronde 6

Willy Smedts

K.U. Leuven

Contact: willy.smedts@arts.kuleuven.be

AN, BN, NN en een snuifje SN. Regionale variatie in het Nederlands

1. De Nederlandse Taalunie

Volgens artikel 2.1 van het “Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie” heeft de Taalunie “de integratie van Nederland en de Nederlandse gemeenschap in België op het gebied van de Nederlandse taal en letteren in de ruimste zin” tot doel. En volgens artikel 5b zal de Taalunie – indien ze het nodig acht – “het onderwijs in de Nederlandse taal en letteren bevorderen en ernaar streven dat daarbij wordt uitgegaan van de eenheid van de taal en de gemeenschappelijkheid van de letteren”. Het woord ‘standaardtaal’ komt – evenmin als het woord ‘variatie’ – in het Verdrag noch in de “Memorie van toelichting” voor. Die laatste beklemtoont wel sterk de eenheid van het Nederlands, stelt vast dat “omtrent eenheid en benaming van onze taal ook nu nog vele misvattingen” in het buitenland bestaan en ziet de Taalunie als het kader “om de eenheid van het taalgebruik te bevorderen”.

 

Rond de eeuwwisseling raakt de integratiegedachte op de achtergrond. Het beleidsadvies “Variatie in het Nederlands: eenheid in verscheidenheid” van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren beklemtoont juist de variatie. Van de verschillende variëteiten van een taal is er één die overkoepelend (i.e. algemeen) en gestandaardiseerd (i.e. gecodificeerd, normbepalend en bedoeld voor gebruik in het publieke domein) is: de standaardtaal. Verderop blijkt dat de standaardtaal ook gedifferentieerd (geschreven vs. gesproken, formeel vs. informeel, Nederlands Nederlands vs. Belgisch Nederlands) is. Het advies beklemtoont nadrukkelijk dat er “wel degelijk sprake is van één standaardtaal, maar dat die principiële eenheid geen volstrekte uniformiteit inhoudt of hoeft in te houden”.

 

Na het voorgaande verbaast het niet meer te vernemen dat de standaardtaal zelf ook uit standaardvariëteiten bestaat: het Standaardnederlands in Nederland en het Standaardnederlands in België, die elk een formele en een informele variant hebben.

8

275

Labels

doelgroep
NT1-leerlingen
domein
taalbeschouwing/argumentatie
land
België
thema
onderwijsleermateriaal
audiovisueel

Dit artikel is onderdeel van

Onderdeel van

22ste Conferentie Het Schoolvak Nederlands · 2008