Van luister- en kijkvaardigheid naar taalbeschouwing: namen noemen, het zelfstandig naamwoord

Ria Van der Mueren  ·  24ste Conferentie Het Schoolvak Nederlands  ·  2010  ·  pagina 247 - 249

Download artikel

VIERENTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

In de lessen `taalbeschouwing' willen we leerlingen daarbij helpen. Het doel van taalbeschouwing is om leerlingen te leren om de juiste taalvariëteit, de juiste woorden en de juiste zinsbouw te kiezen.

  1. Taal beschouwen

De lessen taalbeschouwing vertrekken vanuit communicatie. Ze zetten het taalgebruik (TG) en het taalsysteem (TS) in de kijker. Meestal wordt een onderscheid gemaakt tussen nadenken over taalgebruik en nadenken over taalsystematiek. Met taalsystematiek worden de regels van de taal zelf bedoeld. Die regels staan niet zomaar op zich. Het is daarom zinvol om het taalsysteem met al zijn regels te bekijken als een onderdeel van het taalgebruik. Want om je taal goed te gebruiken, moet je immers ook de regels van de taal laten werken.

"Taalbeschouwing: niet nadenken over taalgebruik kan fataal zijn, er wel over nadenken fascinerend", zegt Ides Callebaut (In: Callebaut e.a. 1999).

  1. Taal leren

Een enthousiaste leraar vindt plezier in het taalgebruik van zijn leerlingen en van anderen, en ziet fouten als kansen. Daardoor kan hij zijn leerlingen laten nadenken over hoe we taal gebruiken. Vanuit de realiteit vertrekken kan de interesse voor het buitengewoon wonderlijke van ons taalgebruik opwekken. De leraar die weet hoe formidabel het taalvermogen van jongeren is en hoe eindeloos boeiend het taalgebruik van mensen kan zijn, kan voor boeiende momenten van taalbeschouwing zorgen.

Onderwijs in taalbeschouwing heeft ook nood aan een leraar die (normaalfunctioneel taalonderwijs' probeert te geven. Het begrip (normaalfunctioneef is al in 1976 door Steven ten Brinke gelanceerd. `Normaalfunctioneel taalonderwijs' is taalonderwijs dat de leerlingen als zinvol voor zichzelf ervaren. De leraar gaat inductief te werk. Vanuit het waarnemen van voorbeeldteksten, ontdekken leerlingen zelf hoe taal gebruikt wordt en hoe de taalsystematiek werkt. Trouwens, taal kan je maar echt begrijpen als je kijkt hoe taal gebruikt wordt. Stimuleer je leerlingen daarom om zelf voorbeelden te zoeken om het taalsysteem of het taalgebruik te ontrafelen. Vraag hen om die voorbeelden te onderzoeken en te ordenen en om daaruit zelf een besluit te trekken. Daarna kan de leraar met de besluiten aan de slag en samen met zijn leerlingen een regel verwoorden en vastzetten. Belangrijk zijn ook de oefenfases in de taallessen. Leerlingen oefenen eerst met zinvolle invul- en aanvuloefeningen in een context om daarna tot een spontane transfer in een communicatieve oefenfase te komen. Hier gaat het over allerlei korte spreek- en schrijfoefeningen.

248

8. Taalbeschouwing

4. Kijken en luisteren

We willen dus kijken en luisteren om vaardig met de eigen taal om te springen en om na te gaan welke taal in allerlei communicatiesituaties gebruikt wordt.

Hoe kan je als zender je boodschap verpakken voor een welbepaalde ontvanger? En natuurlijk moet ook die boodschap voldoen aan de regels van het taalsysteem.

Best wel leuk, om samen op die manier taal te beschouwen!

Tijdens de sessie is het taalgebruik dat leerlingen in een fragment observeren de start voor een boeiende les over het zelfstandig naamwoord.

Referenties

Callebaut, I., S. de Jonckheere M. Stevens (1999). Taalbeschouwing op de basisschoo• basisboek. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.

Daems,K. Van den BrandenL. Verschaffel (red.) (2004). Taal verwerven op school. Leuven: Acco.

Ten Brinke, S. (1976). The complete rother-tongue curriculum. Groningen: WoltersNoordhoff-Longmann.

Ronde 7

Hans Huishof & Ad van der Logt 1CLON, Universiteit Leiden

Contact: Logt@iclon.leidenuniv.nl

Taalkunde taalkundig getoetst

1. Een doorlopende leerlijn taalkunde

In de onlangs door Levende Talen uitgegeven special Taalkunde en het schoolvak Nederlands droeg Hulshof (2010) bouwstenen aan voor een doorlopende leerlijn taalkunde in het voortgezet (secundair) onderwijs. Met inachtneming van het niveauverschil tussen leerlingen uit de onderbouw (12-15 jarigen) en bovenbouw (16-18 jarigen) deed hij enkele voorstellen van hoe zo'n doorlopende leerlijn eruit zou kunnen zien. In figuur 1 wordt het niveauverschil voor taalvariatie en taalverwerving uitgewerkt. Tussen haakjes wordt bij elk onderwerp de doelstelling vermeld.

249

Labels

doelgroep
NT1-leerlingen
domein
mondelinge taalvaardigheid
taalbeschouwing/argumentatie
taalverwerving
land
België
onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
thema
onderwijsleeractiviteiten

Dit artikel is onderdeel van

Onderdeel van

24ste Conferentie Het Schoolvak Nederlands · 2010