De OVSG-toets als aanzet tot vernieuwing in het taalonderwijs

Steven De Laet  ·  26ste Conferentie Het Schoolvak Nederlands  ·  2012  ·  pagina 141 - 143

Download artikel

5. Lerarenopleiding Basisonderwijs

Inspectie van het Onderwijs (2012). Focus op Schrijven. Utrecht: Inspectie van het Onderwijs.

Van Gelderen, A. (2010). Leerstoflijnen Schrijven beschreven. Enschede: SLO.

Van Gelderen, A. & H. Blok (1991). "De praktijk van het stelonderwijs in de groepen 7 en 8 van de basisschool; observaties en interviews". In: Pedagogische Studiën, jg. 68, nr. 4, p. 159-175.

Ronde 7

Steven De Laet

OVSG

Contact: steven.delaet@ovsg.be

De OVSG-toets als aanzet tot vernieuwing in het taalonderwijs

OVSG is een begeleidingsdienst die voornamelijk de scholen uit het gemeentelijk en stedelijk onderwijs in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ondersteunt. Jaarlijks ontwikkelt deze pedagogische begeleidingsdienst basisonderwijs, op basis van de koepelgebonden leerplannen, de OVSG-toets.

De OVSG-toets is een toets waaraan ruim 800 scholen deelnemen en die wordt afgenomen op het einde van het zesde leerjaar (groep 8) in Vlaanderen. De toets onderscheidt zich van alle andere eindtoetsen doordat er toetsen voor alle vakken en alle domeinen worden aangeboden en doordat er, naast pen- en papiertoetsen, ook praktische proeven zijn. Voor ruim 18000 leerlingen is de OVSG-toets een eindtoets basisonderwijs. De scholen besluiten zelf in welke mate ze de cijfers integreren bij de rapportering. De resultaten zijn dus niet oriënterend voor het vervolgonderwijs.

In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de toetsen Nederlands. Voor Nederlands zijn er pen- en papiertoetsen voor de domeinen 'lezen', 'taalbeschouwing' en 'schrijven'. Bij die toetsen hanteren de kinderen een (thematisch) bronnenboek. Dat heeft als voordeel dat 'zuivere kennis' in mindere mate wordt getoetst. Door het bronnenboek krijgen allerlei strategieën om met bronnen om te gaan extra aandacht.

Naast de pen- en papiertoetsen zijn er ook praktische proeven. Voor Nederlands zijn dat opdrachten binnen de domeinen 'schrijven', 'spreken' en 'luisteren'. De toetsen voor Nederlands worden in november aan de titularissen van de zesde klas bezorgd door een regionaal adviseur. Tijdens dit ontmoetingsmoment is er aandacht voor dui-

141

ZESENTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

ding van de toetsen, voor de praktische organisatie ervan en is er ruimte voor een gesprek. De leraren voeren de toetsen uit tijdens het tweede of derde trimester, afhankelijk van wat het beste past in hun programma. Bij de praktische proeven worden in de handleiding observatielijsten, rubrics en beoordelingscriteria opgenomen. Kwestie van ook bij de praktische proeven in zekere mate een objectief oordeel te kunnen geven.

De OVSG-toets heeft door de jaren heen een dubbele geadresseerdheid gekregen. De eerste dimensie is dat we via de toets let kunnen' van leerlingen meten. De score die de leerling behaalt, geeft duiding in welke mate hij of zij de leerplandoelen van de basisschool beheerst. Daarnaast heeft de toets steeds meer een signaalfunctie. Die tweede dimensie bestaat eruit dat de school via de toets kan analyseren of ze in haar dagelijkse onderwijs een gelijkaardig aanbod heeft en evalueert. De OVSG-toets wordt daarom steeds meer gebruikt om, op basis van verkregen data, kwaliteitsprocessen op te zetten. Scholen vergelijken de eigen resultaten met die van andere scholen (in gelijkaardige werkomstandigheden) en leren daaruit meer over de eigen werking. Bij de toets worden kaders aangeboden om met het hele schoolteam over de kwaliteit van het onderwijs in gesprek te gaan. Op de implementatieconferentie van de Nederlandse Taalunie 2011 werden de toets en de daarbij horende kaders voorgelegd aan onderwijsdeskundigen met als vraag: "Kan een eindtoets onderwijskwaliteit faciliteren?" Op basis van een casus waren betrokkenen het erover eens dat dit via de OVS G-toets mogelijk is. Doordat de scholen gericht met hun data aan de slag gaan, nemen ze besluiten waardoor de kwaliteit van het onderwijs verbetert.

Een nieuwe piste is om de OVS G-toets binnen de lerarenopleiding aan de studenten aan te bieden. We beogen dit in eerste instantie niet als evaluatie van de vaardigheden van de student (zoals al zo vaak gebeurt met gelijkaardige toetsen), maar zien dit eerder als een kennismaking met een manier van toetsen. Vooral de praktische proeven kunnen daarbij een eye opener zijn.

De aanname die we hierbij formuleren, is dat studenten toepassen wat ze kennen. Voor evaluatie is dat vaak een eerder klassieke manier van kennis meten via een toets. Doordat een toets in een officieel kader via een praktische proef evalueert, confronteren we de studenten met hun zienswijze op evaluatie. Als het 'voor echt' is, wordt evaluatie dus niet steeds herleid tot klassieke summatieve evaluatie.

Maar er is meer. We merken dat scholen de praktische proeven gedurende jaren blijven hanteren in hun aanbod. Scholen ervaren dat de werkvormen in de toetsen bruikbaar zijn voor de dagelijkse praktijk. Ze bieden vaak een alternatieve manier om aan leerplandoelen te werken. En vaak vervangen ze methodegebonden lessen door deze actieve totaaltaken.

142

5. Lerarenopleiding Basisonderwijs

Door de OVSG-toets eerst zelf op te lossen en daarna in een stageconcept uit te proberen in een school, geloven we er sterk in dat ook toekomstige leraren ervaringen kunnen opdoen met functionele en actieve taaltaken. Het feit dat dit soort taken deel uitmaken van een eindtoets bewerkstelligt bovendien dat de kijk op evaluatie verbreed wordt.

Ronde 8

Anne-Christien Tammes & Sjouke Sytema Marnix Academie, Utrecht

Contact: a.tammes@hsmamix.n1

s.sytema@hsmamix.n1

Uitdagen zorgt voor leren! Hoe je interactie voor taal- en denkontwikkeling kunt realiseren in alle vakken

  1. Inleiding

`Taal-denkgesprekken vormen een essentieel onderdeel van kwalitatief goed onderwijs. Het is niet vanzelfsprekend dat gesprekken op school voldoende aanzetten tot het stimuleren van de taal en het denken van de kinderen. De training die we hebben ontwikkeld, geeft leerkrachten de mogelijkheid om hun interactievaardigheden te verbeteren. Ons onderzoek toont dat ook aan. Belangrijk is dat de training goed geïmplementeerd wordt op de school. Hierbij spelen diverse factoren een rol. De meest recente ontwikkeling op het terrein van taal-denkgesprekken is het verbinden van de geschiedenisdidactiek aan interactievaardigheden.

  1. Werken aan de taal- en denkontwikkeling van kinderen

Als lectoraat Interactie en taalbeleid hebben we de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan met het verbeteren van de kwaliteit van gesprekken in de klas. Een leerkracht kan die kwaliteit verhogen door ruimte te scheppen. Door bijvoorbeeld stiltes te laten vallen, biedt de leerkracht de leerlingen de gelegenheid om actief deel te nemen aan het gesprek. Ook interactievaardigheden zoals 'niet achter elkaar vragen stellen' en af en toe een prikkelende uitspraak doen, creëren kansen voor leerlingen om een actieve bijdrage te leveren aan het gesprek. Ruimte scheppen alleen is niet voldoende. Ook de kwaliteit van de inhoud moet de leerkracht stimuleren (zie figuur 1). Dat kan door de leerlingen aan te zetten tot nadenken, waardoor een hoger niveau van taalgebruik

143

Labels

doelgroep
NT1-leerlingen
domein
taalcompetenties
land
België
onderwijstype
basisonderwijs
lerarenopleiding
thema
beoordelingsinstrumenten
evaluatie van onderwijsopbrengsten

Dit artikel is onderdeel van

Onderdeel van

26ste Conferentie Het Schoolvak Nederlands · 2012