Journalist worden door journalist te zijn. Een motto als startpunt voor een taalbeleidsverhaal uit de praktijk aan Howest

Ilse Mestdagh & Gerti Wouters  ·  27ste Conferentie Het Schoolvak Nederlands  ·  2013  ·  pagina 159 - 166

Download artikel

5. Hoger onderwijs

• http://www.youtube.com/watch?v=_QLhdUmoZt8

  • http://www.youtube.com/watch?v=q5mAiysTxaQ

Of je geeft “bee-com routeplanner” in in het YouTube-zoekvenster. Beide video’s zijn gemaakt en opgeladen door Carolien Frijns.

5. Aan de slag!

In deze workshop bekijken we niet alleen de principes die aan de Bee-com routeplanner ten grondslag liggen, maar gaan we ook zelf met de routeplanner aan de slag. Zo ervaart u hoe de routeplanner werkt en op welke wijze het instrument in uw dagelijkse onderwijspraktijk ingezet kan worden. Als u op de conferentie over een laptop of netbook beschikt, dan mag u die meebrengen.

 

Ronde 5

 

5

Ilse Mestdagh & Gerti Wouters

Hogeschool West-Vlaanderen, Brugge Contact: Ilse.mestdagh@howest.be gerti.wouters@howest.be

Journalist worden door journalist te zijn. Een motto als startpunt voor een taalbeleidsverhaal uit de praktijk aan Howest

1. Inleiding

 
  

De opleiding Journalistiek aan Howest gaat resoluut voor een taalbeleid dat in de opleiding verankerd zit: van de visietekst en het beleidsplan van de opleiding over de inbedding in het curriculum tot in de dagdagelijkse praktijk voor zowel docenten als studenten. We laten zien:

  • hoe het taalbeleid er in de opleiding Journalistiek aan Howest op dit ogenblik uitziet;

  • welke strategie we hiervoor gekozen hebben;

  • welke instrumenten we inzetten;

  • hoe we alle betrokkenen aan de slag krijgen met taal.

 

159

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

Het taalbeleidsverhaal van de opleiding Journalistiek is een relaas uit de praktijk van het brede, integrale taalbeleid op maat, waaraan Howest sinds 2010 werkt. Het taalbeleid is enerzijds ingebed in de visie, missie en kernwaarden van de hogeschool en functioneert daardoor met een duidelijke missie top-down. Anderzijds onderzoekt de Stuurgroep Taalbeleid de talige noden van de opleidingen, waardoor het taalbeleid evenzeer bottom-up werkt. Het absolute doel is New Young Professionals afleveren die ook talig sterk in hun schoenen staan om studie en beroep tot een succesvol einde te brengen.

2. Beginsituatie en verantwoording voor werkwijze

Tijdens het academiejaar 2012-2013 heeft de Stuurgroep Taalbeleid van Howest ervoor gekozen om haar taalbeleid uit te werken in één bepaalde opleiding als good practice. Tijdens dat jaar verwachtte de opleiding Journalistiek bezoek van een visitatiecommissie. Een uitgebouwd taalbeleid kon dus een belangrijk issue worden. Twee leden van de Stuurgroep Taalbeleid zijn ook werkzaam in de opleiding Journalistiek, wat het praktisch eenvoudiger maakte om daar aan de slag te gaan.

Toen het domeinspecifieke referentiekader van de opleiding hertaald was naar een gloednieuw competentieprofiel, was het een uitgelezen moment om het beoogde eindniveau op talig vlak op te tillen. De opleiding wilde onder andere haar studenten beter voorbereiden op de bachelorproef; ook op de talige aspecten daarvan. Blijkbaar hadden de docenten heel wat verwachtingen over het talige niveau van de eindwerken, zonder dat op dat ogenblik een samenhangend voorbereidingstraject in het curriculum aanwezig was.

Om studenten beter voor te bereiden op het schrijven van hun bachelorproef, werd een leerlijn ‘schrijven’ gepland in het curriculum, waardoor er vanaf het eerste jaar expliciet aandacht zou zijn voor talige ondersteuning van schrijfopdrachten (ook bij niet-taalvakken). Daarbij werd nagedacht over het effectiever inzetten van taalvakken in het licht van de bachelorproef.

De Stuurgroep had intussen een visie op taalbeleid uitgetekend op twee sporen: een verankerd taalbeleid nastreven, zowel in het beleid (spoor 1) als in de praktijk (spoor 2). Beide impliceren een grote betrokkenheid van het opleidingsteam in kwestie. Op het operationele niveau moest het taalbeleid opgenomen worden in het beleidsplan van de opleiding om via een curriculumrevisie in de praktijk te belanden: uitwerken van leerlijnen, curriculumherschikking, inzetten van instrumenten taalbeleid en zowel docenten als studenten professionaliseren.

160

5. Hoger onderwijs

3. Het taalbeleid in het beleid van de opleiding Journalistiek

Aan Howest ontwikkelen opleidingen een visie op onderwijs die geëxpliciteerd wordt in een visietekst en een beleidsplan. Elk jaar stelt een opleiding haar gerealiseerde doelen van het voorbije jaar en haar beleidsplannen voor het komende jaar voor in de departementale vergadering van opleidingscoördinatoren. Om een taalbeleid te verankeren in een opleiding adviseert de Stuurgroep Taalbeleid opleidingen om taalbeleid op te nemen in hun beleidsplan. Dat kan niet zonder draagvlak: het management van de opleiding moet hier bewust mee voor kiezen. In het geval van Journalistiek is de opleidingscoördinator van de opleiding eveneens medewerker van de Stuurgroep Taalbeleid, waardoor de invoering van dit type taalbeleid vanzelfsprekend was. Opleidingen houden hun beleidsplan bij op hun intranetpagina. Elk beleidsplan is gekoppeld aan het strategisch plan van Howest.

Figuur 1: Intranetpagina Howest-Journalistiek, december 2012.

De verankering van taal wordt hier vertaald naar een leerlijn in het kader van (a) de bachelorproef en (b) de professionalisering van de docent en student. Door taal te verbreden tot de taal die nodig is voor studie en beroep van de journalist (de New Young Professional – NYP1), is er ook een link met de domeinspecifieke leerresultaten (DLR2, competentieprofiel) van de opleiding. Deze zijn richtinggevend voor het aftoetsen van het gerealiseerde niveau. Over talige competenties staat in het DLR van Journalistiek:

Figuur 2: Uit het zelfevaluatierapport Journalistiek, december 2012.

De jonge journalist moet dus in staat zijn om een publiceerbaar eindproduct te maken. Dat kan een tekst zijn (afdeling print), een televisie-uitzending (afdeling televisie) of een radio-uitzending (afdeling radio). Op die manier wordt duidelijk dat de opleiding zowel aan schriftelijke als aan mondelinge vaardigheden moet werken, op een zodanig niveau dat de tekst ‘publiceerbaar’ moet zijn.

Daarnaast besliste Journalistiek om het taalbeleid op te nemen in haar visietekst:

5

161

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

Figuur 3: Uit het zelfevaluatierapport Journalistiek, december 2012.

Meteen is duidelijk dat de opleiding niet voor een afzonderlijk taaltraject kiest, maar voor een taalbeleid dat in het curriculum verweven zit. Dat veronderstelt dat:

  •  in de opleiding Journalistiek aandacht is voor de specifiek relevante taalcompetenties voor de journalist (schrijven en spreken), waardoor taal op veel meer aspecten betrokken wordt dan enkel op spelling en werkwoorden (de enge opvatting);

  •  de opleiding Journalistiek focust op de attitude van de student en op zijn zelfredzaamheid (m.a.w. taal moet een gegeven worden waar de jonge journalist automatisch mee bezig is, in om het even welke opleidings- of professionele situatie – taal als tweede natuur verwijst ook naar het motto van de opleiding; journalist worden door journalist te zijn);

  •  de opleiding Journalistiek elke docent bij het taalbeleid betrekt.

4. Het taalbeleid in de praktijk: een leerlijn ‘schrijven’

Om de student Journalistiek beter voor te bereiden op de bachelorproef, koos de opleiding ervoor om een leerlijn ‘schrijven’ in te voeren in het curriculum. Die ene actie bleek het ideale startpunt voor een integrale benadering van taal in de opleiding:

  1. er moest in kaart gebracht worden dat de studenten vanaf het eerste jaar zouden voorbereid worden en dat die voorbereiding niet enkel in hun taalvakken zou gebeuren;

  2. de taalvakken zelf moesten effectiever worden ingezet in de schrijfleerlijn, wat gevolgen had voor het curriculum;

  3. de docenten van de opleiding moesten voldoende betrokken en geïnformeerd worden;

  4. professionalisering op het gebied van taalbeleid kon niet uitblijven als we het hele korps wilden betrekken (om dat te doen, bleken de taalbeleidsinstrumenten die de Stuurgroep had ontwikkeld en/of aanbevolen een ideale manier);

5. er was behoefte aan een link met het competentiebeleid van de hogeschool, omdat het competentie assessment programma (CAP)3 ook in de leerlijn betrokken werd.

Alle parameters moesten in een overzichtelijk format komen, opdat de opleiding het overzicht zou kunnen bewaren. De Stuurgroep Taalbeleid kwam tot een sjabloon om

162

5. Hoger onderwijs

een leerlijn in kaart te brengen dat ook voor andere lijnen (niet alleen voor schrijven) en ook voor andere opleidingen bruikbaar zou zijn.

4.1 Van uitgangspunt tot eindcompetentie via leerlijn

In de opleiding Journalistiek aan Howest bestaat de bachelorproef uit twee luiken: enerzijds schrijft de student een onderzoeksrapport over om het even welk onderwerp dat journalistieke waarde heeft, anderzijds werkt hij een journalistiek product uit dat publiceerbaar is in een kwaliteitsvolle nieuwsdrager. Op die manier komen verschillende tekstgenres aan bod. Dat is van belang om te weten hoe en waarom modules/partims betrokken raakten in de leerlijn.

 

In figuur 4 is de lijn naar het schrijfproduct in de bachelorproef zichtbaar. Het uitgangspunt is de visietekst van de opleiding (gecombineerd met het beleidsplan en het motto); het eindpunt is de taalcompetentie van het DLR. De betrokken modules zijn zeker niet altijd taalvakken uit de pijler ‘Spreek als een journalist’ en ‘Schrijf als een journalist’ – de lijn situeert zich voornamelijk in de pijler ‘Denk als een journalist’ (figuur 5). De student start met eenvoudige opdrachten die gaandeweg complexer worden. Dat is ook duidelijk in het CAP, waaruit blijkt dat studenten stapsgewijs meer werkveldtaken maken. De instrumenten taalbeleid worden de hele opleiding door ingezet.

 

5

 
  

Figuur 4: Intranetpagina Howest-Taalbeleid, mei 2013.

 

163

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

Figuur 5: Opleidingsbrochure Journalistiek, mei 2013.

Bij het uittekenen werd duidelijk waar er leemtes zaten in het opleidingsprogramma en waar docenten konden bijsturen om de voorbereiding op het eindresultaat te optimaliseren. In die zin werden vakinhouden en bijbehorende opdrachten aangepast (bijvoorbeeld Nederlands, Research en dossier). Vanaf week 1 in het partim ‘Actie 1’ (bootcamp) kregen de studenten bijvoorbeeld de opdracht om een woordentrainer4 bij te houden en gebruik te maken van taalwebsites. In het partim ‘Inleiding tot de journalistiek’ leerde de student dan weer om een eenvoudige tekst te schrijven op basis van een vast vragenschema (nieuwsbericht – wie/wat/waar/wanneer/waarom/hoe?). Naarmate de opleiding vorderde, werden de (schrijf)opdrachten complexer en de bij- horende checklists met parameters uitgebreider. Alle docenten in de opleiding gebruikten dezelfde checklist met gedragsindicatoren en evaluatiecriteria die studenten zicht gaven op beoordelingscriteria en lectoren hielpen om feedback te geven en om opdrachten te scoren.

Docenten werkten ook met hetzelfde handboek over rapporteren als studenten een verslag moesten schrijven en dat vanaf semester 2 (Research en dossier, Nieuws en duiding, Sociaaleconomische thema’s, Actie 4 en de voorbereidende seminaries over de bachelorproef in semester 5). Binnen het docententeam werden drie parallelle checklists ontwikkeld voor de afdelingen ‘print’, ‘televisie’ en ‘radio’. Op die manier bleven feedbackcriteria voor studenten helder doorheen de opleiding. Door die aanpak werkte de student aan de verbetering van het eigen, actieve taalgebruik, met de klemtoon op attitudevorming.

164

5. Hoger onderwijs

4.2 Docenten betrekken in de leerlijn

Aangezien taalbeleid een beleidskeuze van de opleiding was, is het logisch dat de leden van het team nauw betrokken werden bij de invoering ervan. De steun van het opleidingshoofd is een noodzakelijk gegeven. Het taalbeleid werd een vast item op de teamvergaderingen.

Door de leerlijn vorm te geven, kregen docenten voortdurend de stimulans om met de taalbeleidsinstrumenten aan de slag te gaan (en dus om met taal bezig te zijn). Om hen mee te krijgen in het verhaal, was het belangrijk dat zij kant-en-klare tools meekregen en heldere informatie kregen over de mogelijkheden van de instrumenten. Het was daarnaast cruciaal dat ze inspraak hadden in hoe de tools op maat van de opleiding aangepast konden worden of hoe ze konden toegepast worden. Net de uitwisseling van informatie maakte ook de Stuurgroep weer rijker, omdat vakdocenten vaak nieuwe mogelijkheden zagen om instrumenten toe te passen in hun eigen vakgebied. Hoe minimaal de verwijzingen naar taal soms ook waren, elke inspanning betekende winst.

Teamleden zijn ook betrokken bij andere opleidingen of diensten voor lessen, onderzoek of projecten of zijn actief in het werkveld. Op die manier nemen zij hun knowhow over taalbeleid ook mee naar andere opleidingen, waarmee zij collega’s opnieuw kunnen enthousiasmeren.

5. Taal en toekomst

“De commissie vindt het taalbeleid een sterk punt van de opleiding”5. Met dit commentaar van de visitatiecommissie Journalistiek kreeg het taalbeleid van Howest een belangrijke erkenning. De omwenteling in de opleiding Journalistiek krijgt intussen navolging in andere opleidingen van Howest. Bij de opleiding Journalistiek zelf krijgt het taalbeleid een vervolg: een leerlijn ‘spreken’ wordt geïntroduceerd en uitgewerkt via een spreekcharter en in de praktijk groeit het prille begin voor een leerlijn ‘lezen’.

Referenties

Bogaerts, N. & K. Van den Branden (2010). Handboek taalbeleid secundair onderwijs. Leuven/Den Haag: Acco.

Nederlands-Vlaams Platform Taalbeleid Hoger onderwijs.

Van Hoyweghen, D. (2011). Naar taalkrachtige lerarenopleidingen. Bouwstenen voor een taalbeleid. Mechelen: Plantyn.

Vlaams Forum voor Taalbeleid en Taalondersteuning Hoger onderwijs. Westen, W. van der (2009). Goed geschreven. Bussum: Coutinho.

5

165

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

Noten

1 De New Young Professional is toekomstgericht, krijgt de kans om zijn talent te ontwikkelen, wordt competentiegericht opgeleid en is daardoor direct inzetbaar op de arbeidsmarkt.

2 De domeinspecifieke leerresultaten Journalistiek werden opgesteld samen met de andere Vlaamse opleidingen en goedgekeurd door de NVAO. Binnen Howest werd het DLR afgetoetst tijdens teamvergaderingen, gevalideerd door de werkveldcommissie en besproken met de studenten tijdens de participatiecommissie. Het competentieprofiel bevat de domeinspecifieke leerresultaten en daarnaast een aantal deelcompetenties. Waar nodig, heeft de opleiding, in samenspraak met de dienst onderwijs, de leerresultaten vertaald in deelcompetenties om het leerdoel van elk leerresultaat duidelijk te maken (ZER JRN 2012).

3 Het CAP is de verzameling van alle beoordelingsvormen binnen een afgerond geheel van een opleiding van studietaken over oefen- en praktijktaken tot werkveldtaken.

4 De woordentrainer is een digitale toepassing van het woorddossier (van der Westen 2009).

5 Opleidingsrapport Hogeschool West-Vlaanderen, eerste terugmeldingsrapport, 5 juli 2013.

Ronde 6

Wilma van der Westen

Haagse Hogeschool

Contact: w.m.c.vanderwesten@hhs.nl

Openbare bijeenkomst Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs

1. Inleiding

Het Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs komt zo’n vijf keer per jaar bij elkaar en tijdens elke bijeenkomst wordt minstens één thema uitgediept. In deze openbare themabijeenkomst, die open staat voor platformdeelnemers en andere HSN-conferentiegangers, maakt u kennis met de werkwijze van het platform. Het thema dat in deze bijeenkomst wordt uitgediept, is ‘het didactisch repertoire in taal-

166

Labels

doelgroep
NT1-leerlingen
domein
taal bij andere vakken
taalbeleid
land
België

Dit artikel is onderdeel van

Onderdeel van

27ste Conferentie Het Schoolvak Nederlands · 2013