Social media in de literatuurles

Marieken Pronk-van Eunen  ·  27ste Conferentie Het Schoolvak Nederlands  ·  2013  ·  pagina 281 - 284

Download artikel

8. Nieuwe media

Ronde 8

Marieken Pronk-van Eunen APS, Utrecht

Contact: m.pronk@aps.nl

Social media in de literatuurles

  1. Inleiding

Leerlingen lijken niet meer zonder social media te kunnen. Twitter, Facebook, Pinterest: ze lijken het allemaal te gebruiken en elk uur te checken. 91 % van de Nederlandse jongeren was in 2011 actief op sociale netwerken. Met name Twitter is populair: 29% van de jongeren tussen 10 en 19 jaar maakt er gebruik van en de jongeren tussen 12 en 15 jaar geven aan dat ze er 15 uur of meer per week mee bezig zijn. Aan sociale netwerken zoals MSN, You Tube en/of online games besteden deze jongeren tussen de 10 en 15 uur (YoungWorks, in: De Bruyckere & Smits 2013). Ontkennen heeft dus geen zin; er gebruik van maken wel. Maar waarom zouden we?

  1. Lezen en leren

Uit het PISA-onderzoek van 2009 blijkt onder andere dat Nederlandse en Vlaamse leerlingen het meest negatief zijn over lezen in vergelijking met andere landen. Blijkbaar is onze jeugd moeilijk te motiveren voor lezen. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat dagelijks lezen een positieve invloed heeft op de leesprestaties. Maar dat doen onze leerlingen niet vanzelf. Gebruikmaken van social media kan een manier zijn om de motivatie voor lezen van verhalen en literatuur te vergroten en om een positieve(re) leesattitude te ontwikkelen bij leerlingen. Maar hoe doe je dat dan?

 

Om leerlingen beter te laten lezen en het leren te bevorderen, is het goed om gebruik te maken van het principe van de sandwich: iets doen voor het lezen, bij het lezen en na het lezen. Als docenten doelgericht werken met de sandwich, geven ze voldoende aandacht aan het leesproces. Voor het lezen kan je bijvoorbeeld een filmpje laten zien, tijdens het lezen kan je leerlingen aantekeningen laten maken en na het lezen kan je de leerlingen een verwerkingsopdracht laten maken. Die activiteiten voor, bij en na het lezen kunnen met behulp van sociale media en moderne(re) middelen ingevuld worden. Een voorbeeld daarvan leest u hieronder.

8

 

281

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

3. De digitale sandwich 3.1 Voor het lezen: Wordle

Wordle is geen vorm van social media, maar een applicatie. De applicatie is wel zeer geschikt om in te zetten bij opdrachten voor het lezen. Via de website www.wordle.net is het mogelijk om ‘woordwolken’ te maken van stukken tekst. In afbeelding 1 is de woordwolk van het verhaal ‘Slagroom’ van Eva Kelder te zien.

Figuur 1: Wordle van Slagroom.

Leerlingen krijgen deze Wordle te zien, zonder dat ze het verhaal gelezen hebben. Ze gaan met elkaar in gesprek over een aantal vragen:

  •  Wie is de hoofdpersoon?

  •  Waar gaat het verhaal volgens jou over?

  •  Denk je dat je het een leuk verhaal vindt?

...

Daarna kunnen ze het verhaal lezen, waardoor ze ontdekken dat niet alles wat ze dachten klopt: de hoofdpersoon is een ‘ik’, en niet Bennie of Karlijn.

3.2 Tijdens en na het lezen: Twitter

Twitter is een populair medium. Leerlingen volgen allerlei twitteraars en houden elkaar via Twitter op de hoogte van hun ergernissen en verbazingen. En dit in kort en krachtig taalgebruik. Daardoor is Twitter bij uitstek geschikt om tijdens het lezen in te zet-

282

8. Nieuwe media

ten. Leerlingen krijgen de opdracht om in een tweet een deel van het verhaal samen te vatten. Of om een tussentijds oordeel te geven. De tweets kunnen zichtbaar gemaakt worden op het digibord of op websites, zoals www.twitterwall.me of www.visibletweets.com. Zo komt het gesprek over waar het verhaal over gaat en waarom het wel of niet een goed verhaal is vanzelf op gang.

Ook bij opdrachten na het lezen is Twitter in te zetten. Leerlingen krijgen bijvoorbeeld de opdracht om de kern van het boek of hun interpretatie daarvan weer te geven. Dat kan uiteraard weer gedeeld worden om op die manier verschillen in waardering en interpretatie te bespreken.

3.3 Na het lezen: Fakebook, YouTube -playlists en Pinterest

Het maken van een verwerkingsopdracht na het lezen van een boek is voor veel leerlingen niet inspirerend. Fakebook, Pinterest en You Tube bieden alternatieven voor de verwerkingsopdrachten, die aansluiten bij de belevingswereld van de leerling. Met name informatie over de hoofdpersoon en over andere personages kunnen in beeld worden gebracht door middel van een profiel. Op Fakebook (een veilige, besloten variant op Facebook via www.classtools.net) kunnen leerlingen een account aanmaken, waarbij zij niet zichzelf, maar een personage uit het verhaal of boek presenteren. Ze kunnen met meerdere leerlingen aan een pagina werken, zodat zij vanzelf in gesprek gaan over eigenschappen van het personage en over de relatie tot andere personages.

 
  

8

 

Figuur 2: Fakebookpagina over Harry Potter.

Ook YouTube biedt allerlei mogelijkheden om leerlingen na te laten denken over het profiel van een hoofdpersoon. Een playlist maken voor de hoofdpersoon is voor de meeste leerlingen een eenvoudige taak. Ze zoeken liedjes die ze vinden passen bij de

283

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

hoofdpersoon. Bij de verantwoording van de liedkeuzes komt de echte verwerking. Daarin geven ze aan waarom ze vinden dat de gekozen liedjes passen bij het hoofdpersonage.

De sfeer van een boek en de tijd en ruimte waarin het verhaal zich afspeelt, laten zich soms beter vatten in beeld dan in tekst. Pinterest is een digitaal prikbord, waar je (zelfgemaakte) beelden kunt delen. Na het lezen van een boek of verhaal kunnen leerlingen een prikbord samenstellen met de informatie die ze over het boek gevonden hebben. Hiermee geven ze via beelden hun interpretatie van het boek, van de ruimte en van de hoofdpersoon.

Door te werken met de sandwich en met (relatief eenvoudige) vormen van social media en door moderne middelen in te zetten in de literatuurles, wordt de les voor leerlingen aantrekkelijker. Het vergroot ook de motivatie van de leerlingen. En uiteindelijk kunnen we er niet omheen: social media zijn overal. Maak er gebruik van!

Referenties

Bootsma, G., H. Kroon, M. Pronk & B. de Vos (2013). Schrijven van 1F naar 4F. Utrecht: APS.

Bruyckere, P. De & B. Smits (2013). “Handig overzicht over Nederlandse jongeren en sociale media door Youngworks”. Online op http://xyofeinstein.wordpress.com/ d2013/05/ 14/handig-overzicht-over-nederlandse-jongeren-en-sociale-media-dooryoungworks/.

Vos, B. De (s.d.). Lezen!. Utrecht: APS.

284

Labels

domein
literatuuronderwijs
land
Nederland
onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
thema
onderwijsleermateriaal
ICT

Dit artikel is onderdeel van

Onderdeel van

27ste Conferentie Het Schoolvak Nederlands · 2013